Mijn protestant

Mijn protestant

Op 18 november 2011 presenteerde prof.dr. George Harinck het boek Mijn protestant. Persoonlijke ontmoetingen (Amsterdam 2011). De bundel verscheen ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands protestantisme (1800-heden) en bevat 50 portretten van protestanten die de laatste veertig jaar een rol van betekenis hebben gespeeld. Er staan portretten in van onder anderen Barend Biesheuvel, A.Th. van Deursen, Ab Harrewijn, Maarten ’t Hart en Willem Cornelis van Unnik. De auteurs werden gerecruteerd uit de donateurs van het Documentatiecentrum. Maarten J. Aalders schreef over Wim Aalders

Wim Aalders (1909-2005)

Levenslang in verzet tegen de tijd, verontrust over ontwikkelingen in kerk en samenleving, steeds op zoek naar innerlijkheid, bewonderaar van Groen van Prinsterer, platonist. Tot op hoge leeftijd móest hij spreken. Toen hij 95 was, verscheen zijn laatste boek, het laatste in een lange rij publicaties. Wim Aalders heeft in kerk en theologie van de twintigste eeuw een geprononceerde plaats ingenomen, niemand kon om hem heen. Die geprononceerdheid heeft hem veel vijanden bezorgd. Hij ging tegen de stroom in, én hij had het vermogen om mensen van zich te vervreemden.

Omdat hij een neef van mijn vader was, wist ik van jongs af aan wie hij was. Zijn verontrusting kwam bij ons thuis regelmatig ter sprake. En toch heb ik hem veel te laat leren kennen. Ik kwam hem pas nader toen ik hem een artikel over Jean Daniel Cocheret de la Morinière toezond, de eerste predikant in ons gezamenlijk voorgeslacht. Het was voor hem reden om mij uit te nodigen. Er volgden meer ontmoetingen. Als hij over zijn familie sprak, sprak bij voorkeur over een tante van zijn moeder, tante IJda (Rootlieb), die veel werken van Kohlbrugge in haar kast had staan. Zijn vader, J.C. Aalders (1882-1966) en diens familie stonden verder van hem af. Pas toen ik nader onderzoek naar zijn vader deed, begon ik dat te begrijpen. J.C. Aalders was een emotionele, instabiele man, wiens levensweg geplaveid was met conflicten. In 1926 ging hij ‘met Geelkerken mee’. Maar juist dat heeft een stempel op het leven van Wim gezet.

Een van de bekende thema’s uit het oeuvre van Wim is zijn verzet tegen de vermenging van evangelie en politiek. Daarmee stond hij geheel op hetzelfde standpunt als zijn vader, die in verband met een spreekbeurt voor de CDU in conflict kwam met zijn kerkenraad. Hij wist zich van de prins geen kwaad, dezelfde toespraak had hij ook voor de ARP kunnen houden, zo meende hij. De toespraak is niet bewaard gebleven, maar de vraag naar de verhouding tussen evangelie en politiek heeft het Hersteld Verband regelmatig in beroering gebracht.

Aanvankelijk, juist vanwege alle spanningen thuis en in de kerk, ging Wim werken bij een commissionair in effecten. Later ging hij toch theologie studeren. In Utrecht leerde hij Maarten van Rhijn kennen, ethisch theoloog van de derde generatie, in de jaren dertig warm pleitbezorger van de Oxford Groep (Frank Buchman). Geen wonder. De beweging droeg toen nog een beslist christelijk stempel, Van Rhijn heeft er veel in teruggevonden wat hem dierbaar was. Dat Aalders zich aangesproken wist door Van Rhijn en levenslang een pleidooi voerde voor innerlijkheid kan geen verwondering wekken. Ook nu weer, net als in zijn verzet tegen de vermenging van evangelie en politiek, liggen de wortels daarvan in het gezin waarin hij opgroeide. Meer dan hij zelf later wilde toegeven, was Wim gestempeld door de bevindelijke vroomheid van zijn vader en grootvader. Net als zij was ook hij levenslang op zoek naar de ware bevinding, naar waarachtige innerlijkheid. Juist dat heeft hem in Van Rhijn aangesproken, juist daarom promoveerde hij in 1941 op B. Pascal.

Uit zijn jeugd heeft Wim ook een afkeer aan de GKN overgehouden, zowel aan het oude als aan het herstelde verband. Al vóór zijn vader overstapte naar de Hervormde Kerk had Wim deze stap gezet. Wat bleef waren pijnlijke herinneringen aan een moeizame periode, een afkeer van Abraham Kuyper en diens herstelde nazaten, en een grote liefde voor de aristocraat Groen van Prinsterer. Tussen Wim en de gereformeerden is het nooit meer goed gekomen. Dat bleek wel toen het Hervormd Pleidooi (1994) verscheen, een pamflet dat door Wim was geschreven om uitdrukking te geven aan zijn aversie tegen het Samen op Weg proces. Hij kreeg vele vooraanstaande hervormden achter zich. Maar de kritiek van C. Augustijn –mijn leermeester en promotor- was vernietigend.[1] Niet alleen had Wim zijn literatuur niet bijgehouden, hij was ook een aartsromanticus met zijn beeld over Nederland als hervormde natie. Met dat soort gedachten was hij bij de precieze historicus Augustijn aan het verkeerde adres. ‘Heeft werkelijk niemand je gezegd dat dit zo niet kan?’ vroeg ik hem. Inderdaad. Niemand had hem willen of kunnen behoeden voor dit hervormde pleidooi, dat meer appelleerde aan onderbuikgevoelens dan dat het recht deed aan de kerkelijke en historische werkelijkheid. Nu was het ook niet gemakkelijk Wim tot andere gedachten te brengen, hij was een man van de grote greep, zijn denken omspande eeuwen, en dan zijn details niet van zo heel veel belang. Ook hij had, als zijn vader, iets van een profeet, of althans, hij werd, opnieuw net als zijn vader, door sommigen als zodanig gezien.

De laatste jaren was Wim milder geworden, alsof hij al afscheid had genomen van het leven. Mij opende het opnieuw de ogen voor de voor de relativiteit van allerlei ‘kerkelijk gedoe’. Zoveel passie, zoveel hartstocht, zoveel conflict. Wat blijft er van over als we oud worden? De Heer, die God is, die blijft. Ons afscheid in het najaar van 2005 was ontroerend. Ik gedenk hem in dankbaarheid.

Dr. Maarten J. Aalders
Amstelveen,
31 januari 2011

"Ik schuil bij U, o Vader, God! En als de dood mij vinden mocht vandaag of morgen, dan vindt hij mij bij U! en wordt dan nu de vriend en de bevrijder, die 't aards versleten kleed gaat bergen waar het thuisbehoort... in aarde's schoot. Het nieuwe ligt gereed, 't sneeuw witte" Wilma Vermaat