Het boerenbedrog van Joke van Saane

JOKE VAN SAANE OVER GEBEDSGENEZING

n.a.v. J. van Saane, Gebedsgenezing. Boerenbedrog of serieus alternatief (Kampen 2008)

Verschenen in: Ellips. Tijdschrift van de Evangelische Hogeschool 33 (2008) nr 284, 28-29

Joke van Saane, docente psychologie aan de theologische faculteit van de Vrije Universiteit, geeft in dit boek een wetenschappelijk verantwoorde verklaring voor het verschijnsel gebedsgenezing. Is het boerenbedrog of een serieus alternatief? De kern van het boek wordt gevormd door een onderzoek onder 900 leden van de EO naar de houding die zij innemen tegenover het fenomeen van de gebedsgenezing. In hoofdstuk 2 volgen enkele observaties vanuit sociologische en sociaal-psychologische hoek, in hoofdstuk 3 komt ze met enkele psychologische verklaringen van het geloof in de gebedsgenezing, om in haar vierde hoofdstuk te concluderen dat we in de gebedsgenezing toch eigenlijk met boerenbedrog te maken hebben. Het gaat in de gebedsgenezing niet om genezende handelingen, maar om het opkrikken van het zelfvertrouwen met alle positieve gevolgen van dien. Verder blijft na lezing hangen dat het vooral kwetsbare mensen zijn die zoeken naar gebedsgenezing. Dat zoeken is een teken van terugval in de kinderjaren, een verlangen naar de aanwezigheid van vader en moeder. En in de kringen waar men in gebedsgenezing gelooft, heeft men een simpele Bijbelopvatting waarin met contextualiteit en historiciteit van de Bijbelse verhalen geen rekening wordt gehouden. Kortom, het is boerenbedrog.

Het deze teneur van dit boekje waar ik moeite mee heb. Alleen al de titel is suggestief. Bedrog wil toch zeggen dat er een bedrieger is. Wie is dan de bedrieger? Zijn alle voorgangers en predikanten die geloven dat de Heer die God is mensen kan genezen bedriegers? Ook de term ‘serieus alternatief’ roept vragen op. Waarvoor wil gebedsgenezing een alternatief zijn? Voor het bezoek aan een arts? Al ver voor de Tweede Oorlog heeft men echter in de Pinksterkerken afscheid genomen van deze radicale visie op genezing door gebed. En in de Charismatische Beweging is gebedsgenezing nooit een alternatief voor medische behandeling geweest. Kortom, alleen al door de titel wordt een heel verkeerd beeld van gebedsgenezing opgeroepen. Deze hangt samen met een kenmerk van dit boekje: het staat vol met onzorgvuldige formuleringen en definities en er blijkt op beslissende punten een gebrek aan kennis te bestaan.

Met hetzelfde gemak waarmee Van Saane Latijn en Nederlands verhaspelt – ‘we schrijven het jaar anno Domini’ – gooit zij alle gebedsgenezing op één hoop. Ook Winti en Reiki worden genoemd, evenals Jomanda. Maar het onderzoek betrof een onderzoek onder E.O. leden. Welk onderzoek is er naar aanhangers van Reiki en Winti geweest? En gaat het in Reiki en Winti om hetzelfde fenomeen als in de christelijke gebedsgenezing? Maakt het dan voor de genezing niet uit in wie men gelooft, en van wie men genezing verwacht?

Zo is ze ook bepaald niet duidelijk waar ze onderscheid probeert te maken tussen de verschillende vormen van genezing. Er zijn gebedsgenezingsmethoden waarbij gebruik gemaakt wordt van psychologische en religieuze handelingen of waarbij rituelen plaatsvinden die verwijzen naar de christelijke God, én er zijn genezingsmethoden waarbij alleen gebruik gemaakt wordt van religieuze handelingen die refereren aan de christelijke God. Met geen mogelijkheid kan ik hiervan iets anders maken dan dat het kenmerkende verschil ligt in de psychologische handelingen. Maar wat zijn dat eigenlijk, psychologische handelingen? En: om welke gaat het dan?

Een derde, hiermee samenhangende vraag is of Van Saane haar beeld niet al te zeer heeft laten bepalen door wat zij meende te zien bij Jan Zijlstra. In de wijkgemeente waar ik lang heb gewerkt, hebben we vaak met zieken gebeden, hen de handen opgelegd en met olie gezalfd. We deden dat in kleine kring. Wij deden niet aan gebedsgenezing, we vertrouwden onze zieken toe aan Jezus, Heer over alles en allen. Valt dat ook onder het oordeel boerenbedrog? Kortom, waar gaat dit boek precies over?

In het tweede hoofdstuk geeft Van Saane een aantal verklaringen voor de bloei van de belangstelling voor gebedsgenezing. Aan de orde komen zaken als de onvrede met de moderne medische wetenschap en het voorkomen van onbegrepen ziektes. Ook onze geïndividualiseerde samenleving brengt mensen ertoe om naar een gebedsgenezer te gaan, terwijl de aandacht voor het werk van de Heilige Geest en het Koninkrijk Gods ook een belangrijke stimulans vormt. Het zijn, in Van Saanes eigen woorden, medische, sociologische, theologische en psychologische motivaties voor gebedsgenezing. Ook in dit hoofdstuk treft de onzorgvuldigheid van opbouw en formulering, het lijkt wel uit de losse pols te zijn geschreven.

Kwalijker nog is haar gebrek aan kennis van charismatische zaken. Ze verwijst naar de toenemende aandacht voor het Koninkrijk Gods en de werking van de Heilige Geest. Bij deze aandacht, zo schrijft ze, hoort ook de aandacht voor gebedsgenezing. Maar de omgang met Bijbelteksten in deze charismatische kringen is simpel, en wie vraagtekens zet bij de gebedsgenezing wordt er al snel van verdacht vraagtekens te zetten bij de bijbel zelf. Het is volgens sommige theologen ‘uit de meer traditionele groeperingen’ een simplistische Bijbeluitleg die hier opgeld doet, een ‘naïeve theologie’. In deze charismatische kringen, zo concludeert ze, is sprake van een theologische visie met opvallend weinig aandacht voor thema’s als contextualiteit en historiciteit van Bijbelteksten, hetgeen een belangrijke voedingsbodem vormt voor gebedsgenezing.

Ik noem dit een kwalijk gebrek aan kennis. Wereldwijd is er sprake van een diepgravende, theologische studie door charismatische theologen. Op dezelfde gang in het VU-gebouw waar zich de kamer van Van Saane bevindt, bevindt zich ook de kamer van professor C. van der Kooi, die sinds kort de leerstoel van A. Kuyper bezet (dogmatiek), maar al jarenlang bijzonder hoogleraar charismatische theologie is. Bedoelt ze hem als ze het heeft over de naïeve omgang met de Bijbel? En ook in de pinksterkerken is sprake van een steeds fundamenteler theologische bezinning, zonder dat dit het geloof in Gods majesteit aantast, ook waar dit ziekte en genezing betreft. Van Saane is blijkbaar niet op de hoogte van de charismatische theologie.

In het derde hoofdstuk gaat het over psychologische verklaringen bij het verschijnsel gebedsgenezing. Het gaat over de genezing als geloofsdaad, de rol van de sociale bevestiging, de gebedsgenezing als infantiele vorm van geloof en de rol van placebo’s. Ik beperk me tot de vierde verklaring. Daarin komt Van Saane aandragen met de theorie van een psychoanalyticus die de neiging om te bidden om genezing terugbrengt tot onze vroege biologische toestand. De band met vader en moeder wordt getransformeerd tot een magische verbinding met een almachtig bovennatuurlijk wezen. Bidden om genezing is een weigering om volwassen te worden, dat wil zeggen: zelfstandig te worden. God als plaatsvervanger van de ouders. De mensen willen terug naar het paradijs van de vroege jeugd. Dit alles maakt gebedsgenezing tot een infantiel verschijnsel. Sic. Dat wil zeggen: in deze bewoordingen. Wat ik kwalijker vind is dat ze andere visies vanuit de godsdienstpsychologie niet aan de orde laat komen. Ze behoort te weten dat deze freudiaanse verklaring van het christelijk geloof bepaald niet onomstreden is en dus ook niet de enige verklaring is. Een bepaalde vorm van afhankelijkheid is eigen aan de relatie tussen God en mens. Dat die relatie soms ongezonde trekken kan krijgen hoeft niet ontkend te worden. Maar als Van Saane het daarover wil hebben, moet ze duidelijker criteria aangeven. Nu lijkt het erop dat alle gebed om genezing uiting is van een ongezonde relatie tot God.

Ik moet eindigen. Dit boek is boerenbedrog. Ik heb mijn onlangs overleden leermeester C. Augustijn ooit eens horen zeggen dat als niemand het meer voor het christelijk geloof opneemt, iedereen ongestraft onzin kan blijven verkondigen. Dat geldt mutatis mutandis ook hier. Wie echt iets over gebedsgenezing te weten wil komen, komt bedrogen uit.

M.J. Aalders, Amstelveen

"Ik bedacht dat God, als Hij al bestaat, een vreemd sujet moet zijn als hij ervoor kiest om bomen eeuwenlang in alle rust te laten leven en het mensenleven kort en zwaar maakt." Uit: Philippe Claudel, Het verslag van Brodeck, 92.