H.H. Kuyper voor de kerkelijke rechtbank

Van 1921-1923 was het liefelijke Bloemendaal het decor van een kerkelijk gevecht. De plaatselijke predikant, J.C. Brussaard, zette zijn kerkeraad aan tot een procedure tegen prof. H.H. Kuyper, hoogleraar aan de Faculteit der Godgeleerdheid aan de VU. Deze had namelijk beweerd dat Marcus 16:9-20 niet tot het oorspronkelijke evangelie behoorde. De raad van Bloemendaal was hierover zeer verontrust en wilde hierover met Kuyper in gesprek. Kuyper voelde zich bedreigd, hij vreesde dat men een kerkelijke procedure tegen hem wilde starten en verzette zich op alle mogelijke manieren. Hij traineerde de afwikkeling van deze procedure, weigerde medewerking en beriep zich op het feit dat hij, als hoogleraar aan de VU, in dit geval niet door zijn kerkeraad maar door een deputaatschap van de synode gehoord zou moeten worden. Brussaard liet zich adviseren door ds H.C. van den Brink uit Zandvoort en door J.G. Geelkerken uit Amsterdam-Zuid. Kuyper kreeg voor zijn standpunt openlijke bijval van V. Hepp, zijn collega aan de VU. Daarmee hebben we een paar van de belangrijkste hoofdrolspelers van het conflict uit 1926, dat leidde tot een kerkscheuring in de Gereformeerde Kerken in Nederland. In dit geval liep het allemaal met een sisser af, want Brussaard moest bakzeil halen. Meer hierover kunt u lezen in : M.J. Aalders, ‘Door het oog van de naald? H.H. Kuyper in conflict met de kerkeraad van Bloemendaal’ , Documentatieblad voor de Nederlandse Kerkgeschiedenis xxii (2009) no 70, 41-58.

"Hoe ouder je wordt, hoe meer het leven om je heen op een tooneelstuk begint te lijken, en daar het in de regel geen tooneelstuk is om blij van te worden, is deze ontwikkeling een heel bruikbare voorbereiding op het afscheid van de wereld." Martin Niemöller, in: A.A. Spijkerboer, Een gehoorzame rebel. Martin Niemöller op de kansel en op het podium (Kampen 1996).