Zoeken

Censura morum PDF Afdrukken E-mailadres

Censura Morum


In zijn jeugd had hij de afgescheiden, verontruste broeders van Woubrugge naar Boskoop gevaren met zijn schuit. Maar toen hij oud geworden was, en zijn laatste dagen kon slijten als brugwachter, was er voor hem geen plaats meer aan het avondmaal. Hij moest namelijk af en toe op zondag werken! Dat was een overtreding van het sabbatsgebod, hetgeen niet getolereerd kon worden. Aldus een verhaal uit mijn vorige gemeente, dat zich rond 1890 afspeelde. Woedend was hij, de bejaarde broeder. En terecht, zo zeggen wij nu.


Maar daarmee is toch niet alles gezegd. Want waar ging het ten diepste om, toen het in vroeger jaren wel gebeurde dat mensen vanwege de kerkenraad te horen kregen dat ze niet welkom waren aan het avondmaal? Om dat te begrijpen moeten we terug in de tijd. Naar de gemeente te Korinthe. Paulus maakt zich zorgen over de gang van zaken daar, en in het bijzonder over de manier waarop het heilig avondmaal daar gevierd wordt. We lezen in 1 Korinthiërs 11: 17-34 over een avondmaalsviering die volgens Paulus die naam niet waard was. Het avondmaal, toen nog een echte maaltijd, waarbij de rijken voedsel meebrachten voor de armen, leidde tot verdeeldheid. Van delen was geen sprake meer, van samen vieren ook niet. De een had honger, de ander was dronken. De rijken minachtten de gemeente door de behoeftigen beschaamd te maken. Dat is een wijze van vieren die Paulus onwaardig noemt. Wie zo het avondmaal viert, bezondigt zich aan het lichaam van Christus. En dan volgen, in vers 29, de woorden die een diep spoor door de gereformeerde vroomheid hebben getrokken: ‘Wie eet en drinkt, drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt’. Met andere woorden: wie aan de tafel van de Heer zijn naaste honger laat leiden, roept de toorn van God over zich af. Het verwondert Paulus dan ook niet dat er in die gemeente veel verdeeldheid was. Dit moest wel fout gaan.


Het was deze zorg, die aan de basis stond van het gebruik dat we kennen als censura morum, een onderzoek naar het gedrag in de gemeente en in de kerkenraad. De zorg om het heil van de gemeente. Mensen die zich ‘door hun belijdenis en leven als ongelovigen en goddelozen betonen’  kunnen niet tot het avondmaal worden toegelaten, aldus de formulering uit de Heidelbergse Catechismus. Of genoemde brugwachter zich goddeloos betoonde, is een andere vraag, maar waar het in onze traditie om te doen was, was om het serieus nemen van het sacrament. Daarmee nam men afstand van de rooms-katholieke cultuur, waarbij het sacrament in zichzelf een kracht had, ongeacht het geloof en de levenswandel van de ontvanger. Protestanten gingen er vanuit dat de zonde tussen God en mens in kan komen staan, en zo de werking van het sacrament kan verhinderen. Ja zelfs geloofden ze, m.i. terecht, dat een hele gemeente aan de gevolgen van de zonde ten onder kan gaan. Vandaar de censura morum.


Overigens, het zal duidelijk zijn dat de censura morum ook alles met de eigen levenswandel heeft te maken. Daarvoor kent onze traditie de term ‘zelfonderzoek’, of: ‘zelfbeproeving’. Ieder beproeve zichzelf, stond er in het oude avondmaalsformulier. Als we zien op onszelf kunnen we tot de conclusie komen, dat wij zelf een beletsel kunnen vormen voor een ander om tot een goede avondmaalsviering te komen. Als richtsnoer mag dan gelden: Mattheüs 5: 23-24: “Zo gij dan uw gave zult op het altaar offeren, en aldaar gedachtig wordt, dat uw broeder iets tegen u heeft; laat daar uw gave voor het altaar, en gaat heen, verzoent u eerst met uw broeder, en komt dan en offert uw gave.” Met andere woorden: het is niet alleen de vraag of ik iets tegen een ander heb, het is de vraag of een ander iets tegen mij heeft. Dat is censura morum, dat is zelfbeproeving.

 

De vorm die een en ander in de loop der eeuwen heeft gekregen, kon variëren. Ik herinner me uit een boek van de 19e eeuwse predikant Van Koetsveld, hoe hij voor het eerst op huisbezoek ging omdat het avondmaal naderde. Iedereen werd bezocht, werd gewezen op de komende viering, en werd gevraagd of men wel christelijk leefde. Van te voren was uitgestippeld bij wie koffie werd gedronken, bij wie de lunch werd gebruikt en bij wie de thee werd genuttigd. Bij de meeste mensen kwamen predikant en ouderling dus zelfs niet over de drempel. Het bleef bij een gesprekje in de deuropening aan de hand van wat standaardvragen. De hele gemeente langs, in één dag. (De pastorie van Mastland). Afmattend, maar dan ben je er wel voor een poos vanaf.


Het zal duidelijk zijn dat deze vorm op den duur niet meer voldeed. Er ontstonden andere vormen. In mijn eerste gemeente Woubrugge stond het censura morum steevast op de agenda van de kerkenraad zodra de viering van het avondaal naderde. Twee vragen stonden centraal: is er sprake van grove zonden in de gemeente? Daarbij werd in mijn tijd al lang niet meer gedacht aan ongetrouwde zwangeren, wel aan conflicten e.d. En de tweede vraag was of we als kerkenraad wel met elkaar het avondmaal konden vieren.


Anderen anders. In Huizen (NH) zo las ik op de website van de kerk aldaar, wordt een speciale avond aangekondigd waarop gemeenteleden en ambtsdragers bezwaren over belijdenis en levenswandel  (van andere) gemeenteleden en ambtsdragers kunnen inbrengen. De kerkenraad buigt zich vervolgens daarover, en zal eventueel maatregelen nemen.


In Amstelveen is mij geen gemeente bekend, waarin de censura morum nog functioneert, met, naar ik aanneem, als uitzondering de Eben Haëzer Gemeente. Voor zover ik kan nagaan, is dat niet omdat de kerk van Amstelveen uit louter heiligen bestaat, aan wie elke menselijkheid vreemd is. Wellicht heeft het er mee te maken dat we uit het verleden slechte ervaringen hebben overgehouden aan dit gebruik. We willen elkaar de maat niet meer nemen, zoals dat vroeger ging. Niemand hoeft me te zeggen hoe ik leven moet, zo vinden we. Of gewoon omdat ons Godsbeeld is veranderd, of ons zelfbeeld.

MJA