Zoeken

De Kerstboom in Nederland PDF Afdrukken E-mailadres

 

Nederland maakt zich op voor het kerstfeest. En gelovig of niet, de kerstboom moet er komen. Nu is de kerstboom geen inheems verschijnsel. Pas vanaf 1835 vinden we daarvan de eerste, voorzichtige sporen in onze samenleving, en het zou nog lang duren voordat hij zo'n beetje alle winkels en huiskamers had veroverd. In deze bijdrage vertel ik iets over het begin van de zegetocht van de kerstboom. Daarbij gaat het me zowel om de verspreiding ervan, als om de discussies daarover.

De oudste berichten over de Kerstboom in Nederland laten een positief geluid horen. Men was er blij mee. Om dat te begrijpen is het onder meer van belang dat er rond 1840 een grote waardering was voor de huiselijke gezelligheid. Allerlei volksopvoeders zagen daarin een uitstekend middel om de gezinsbanden te versterken en de verloedering tegen te gaan. Ze plaatsten de huiselijke feesten tegenover het vermaak buitenshuis, als kermissen, begrafenismalen en zelfs kraamvisites. De bekende predikant O.G. Heldring bijvoorbeeld was er van overtuigd dat er geluk heerst in het huisgezin, 'waar de huisvader, afkeerig van uithuizigheid, elke gelegenheid aangrijpt, om, met vrouw en kinderen, een schuldeloos vermaak te genieten'.

Heldring, die een Duitse moeder had en vaak in Duitsland op familiebezoek was, kon de kerstboom dan ook zonder meer in zijn strijd tegen allerlei uitwassen en misstanden in de samenleving inkaderen. Hij is ook de eerste die melding maakt van een kerstmisviering met kerstboom (1836). Waarschijnlijk heeft hij deze viering in Nederland voor het eerst meegemaakt bij zijn plaatsgenoot baron Van Lijnden. Daarbij ging het om een Duitse viering, geheel zoals hij die zelf in Duitsland had leren kennen. Deze viering vond plaats op de avond voor kerstmis, de kerstboom was verlicht, was versierd met appels, noten, peren en andere versnaperingen, en voor ieder van de huisgenoten lag er onder de boom een geschenk. Die boom bevond zich in een andere kamer waar men pas naar binnen mocht op het moment dat het feest begon. Het was een religieus gekleurd ritueel, bestemd voor huiselijk gebruik.

Heldring was zich dat laatste goed bewust, en vergeleek het met de St Nicolaasviering. Beide zijn een kinderfeest, maar het kerstfeest is wellicht 'edeler in zijn bedoeling'. Hij was dan ook van mening dat het niet alleen een huiselijk feest mag zijn, maar zelfs een 'christen-feest', waar de kinderen op effectieve wijze kennis zouden kunnen maken met de godsdienst, en in 'kinderlijke eenvoudigheid reeds vroeg leren denken aan de groote weldaden, die zij door de geboorte van den vorst des levens ontvingen'.

Ondertussen is er een ander thema ter sprake gekomen dat in de discussies over het Kerstfeest een rol zou gaan spelen: het Sinterklaasfeest. Was Heldring daar zeer gematigd over, anderen gingen een stapje verder in hun kritiek op het Sinterklaasfeest. Het is een feest zonder diepere lading, met al die bangmakerij is het pedagogisch bovendien onverantwoord, en het werkt het bijgeloof in de hand. Bij deze kritische sinterklaasgeluiden heeft bovendien het toenemende anti-papisme mede een rol gespeeld. De rooms-katholieke Nederlanders (meer dan eenderde van de bevolking) begonnen zich vanaf de jaren 40 steeds duidelijk te manifesteren. Daarmee nam ook de weerstand tegen de katholieken en alles wat zij met zich mee brachten toe.

Tot zover een korte weergave van de eerste Nederlandse discussies over de kerstboom. Vooralsnog was er geen vuiltje aan de lucht, temeer daar de verspreiding ervan nog zeer beperkt was. Voor zover we kunnen nagaan kwam de kerstboom in eerste instantie alleen voor bij families die op de een of andere manier banden hadden met Duitsland.

De eerste sporen van een kerstviering met boom en cadeautjes stammen uit kringen die nauw met Duitsland gelieerd waren. De Duitse afkomst van Heldring heb ik reeds vermeld, maar ook van andere met Duitsland gelieerde families is bekend dat ze voor 1850 het kerstfeest op Duitse wijze hebben gevierd. Tot deze families mag ook het Oranje-huis gerekend worden. Wanneer het Koninklijk huis voor het eerst een kerstboom neerzette, is niet bekend. De Nederlandse couranten maken daarvan voor het eerst melding in 1855. Verder is bekend dat diverse leden van het koninklijk huis al aan het einde van de achttiende eeuw met de Duitse kerstviering vertrouwd waren. Geen wonder, want het Huis van Oranje was in ballingschap, en enkele leden ervan woonden in Berlijn. De kerstboom begon zijn zegetocht in Nederland dus onder de 'betere standen', en beperkte zich in eerste instantie tot de viering in huiselijke kring. Maar vandaar uit begon hij aan een ware zegetocht.

Tot nog toe zijn we in huiselijke kring gebleven. Maar ook daarbuiten begon de kerstboom aan een zegetocht, in het bijzonder op de zondagsschool. Want veel adellijke en patricische families waren actief in de zogenaamde 'inwendige zending'. Daarmee worden allerlei particuliere initiatieven bedoeld, die beoogden op te komen voor de arme, de zwakke en de onbekeerde. De kerk liet dit soort werken der barmhartigheid in die tijd nog gaarne over aan de gemeenteleden. Tot dit werk wordt ook het zondagsschool werk gerekend, dat zich onder meer richtte op de grote kinderscharen in de grote steden, die van het evangelie waren vervreemd.

Als we ons realiseren dat Heldring zich intensief aan de Inwendige Zending heeft gewijd, en dat hij zich in de betere kringen bewoog, krijgen we een vermoeden van hoe de lijntjes liepen. Hij had al vroeg op de grote religieus-pedagogische waarde van het kerstfeest met boom en cadeautjes gewezen, en blijkbaar konden velen in zijn kringen zich daarin vinden. Vanaf het midden van de 19e eeuw vinden we de eerste vermeldingen over particuliere 'kinderkerstfeesten', georganiseerd door welgestelde dames. In diezelfde tijd of kort daarna verscheen de kerstboom ook op de zondagsscholen. Over een zo'n viering lezen we dat de kinderen een boekgeschenk en een versnapering kregen, 'terwijl aan een zestigtal behoeftige kinderen andere geschenken werden ter hand gesteld, door meer vermogenden bijeengebracht'.

De zondagsscholen zijn voor de verspreiding en popularisering van het kerstfeest met kerstboom zeer belangrijk geweest. De eerste zondagsschool werd in 1837 opgericht, in 1880 waren er in heel Nederland zo'n 1000 zondagsscholen. De 100.000 leerlingen waren voor het merendeel afkomstig uit de 'lagere standen'. Tijdens de kerstvieringen werd alle nadruk gelegd op Jezus als de grote kindervriend, het kerstfeest was voor de zondagsscholen dan ook het belangrijkste christelijke feest. Een feest, bij uitstek geschikt om de kinderen en jongelieden tot den Heiland te leiden.

Ondertussen had zich ook nog een ander proces afgespeeld, de commercialisering van het kerstfeest. Toen de kerstboom rond 1850 nog bijna geheel onbekend was, bedacht een Amsterdamse banketbakker dat het wellicht een goede trekpleister zou zijn als hij zijn winkel een verlichte kerstboom zou plaatsen. Het werkte: de toeloop was enorm. Een jaar later al kopieerde zijn concurrent deze strategie, en zo begon een proces dat zich voortzet tot op de huidige dag: de kerstboom wordt een instrument om klanten te trekken. Overigens was zo'n advertentie-campagnie in het midden van de 19e eeuw in Duitsland eigenlijk onmogelijk. Daarvoor was het gebruik van de kerstboom en de cadeaus al te zeer ingekaderd in het religieuze. Anderzijds zijn het kerstkindje en de kerstman niet met de kerstboom uit Duitsland komen overwaaien. Men gaf er dus in Nederland wel een eigen invulling aan, zowel in particuliere als in zakelijke kring.

De eerste kritische geluiden over het kerstboomfeest met zijn geschenkengeverij, dateren van 1880. De critici vreesden dat de geschenken het eigenlijke kern van het kerstfeest zouden gaan overwoekeren. Er zijn zelfs zondagsscholen bekend die de kinderkerstviering om die reden hebben afgeschaft. Kritiek kwam ook van de liefhebbers van Sinterklaas. Zij vreesden dat die oer-hollandse feest geheel zou verdwijnen als de kerstboom nog meer ingang zou vinden. Wellicht bevonden zich hieronder katholieke burgers, die opkwamen voor hun eigen erfgoed. Maar het is ook mogelijk dat hier nationalistische sentimenten een rol speelde. Niet iedereen was in die tijd van Duitsland geporteerd, en dat zou er de jaren na 1880 niet beter op worden.

Als ik mijn bron goed interpreteer, heeft de religieuze inkleuring van boom en cadeau lange tijd de overhand gehad. De bewogenheid van iemand als Heldring, en zijn creativiteit om het evangelie concreet gestalte te geven, vielen bij velen in goede aarde. Onder de winkeliers heeft de opmars van de kerstboom wat langer geduurd. Maar toen die eenmaal op gang kwam, was hij ook niet meer te stuiten. En dat, terwijl de zondagsscholen hun deuren moesten sluiten.

Het kan verkeren

M.J. Aalders

 

Bron: De opkomst van kerstboom en kerstviering in Nederland (ca 1835-1880) in: Volkskundig Bulletin, december 1982