Zoeken

Het leger des heils PDF Afdrukken E-mailadres

 

AMSTERDAMSE NIEUWBOUWWIJKEN EN DE KOMST VAN HET LEGER


Ieder kent wel de voormalige kweekschool van het Leger des Heils aan de Amsterdamse weg. En ieder weet wel dat het Leger des Heils van oorsprong Engelse organisatie is, in 1878 gesticht door William en Catharine Booth.  Sedert 1887 is deze organisatie ook in Nederland aanwezig. De eerste jaren maakte het Leger een snelle groei door. In dit artikel wil ik iets vertellen over de achtergrond van het Leger en zijn groei in Nederland.

Het laatste kwart van de negentiende eeuw werd gekenmerkt door een economische depressie. Velen trachtten de armoede op het platteland te ontvluchten door naar de steden te verhuizen. Om hen te huisvesten verrezen er omstreeks 1875 nieuwe volkswijken. Zo werden in Amsterdam in korte tijd De Pijp en de Dapperbuurt uit de grond gestampt. Toen de werkgelegenheid vanaf 1883 ook in de stad snel terugliep, werd dat daar, in die nieuwbouwwijken, als eerste gevoeld. Velen leefden in te kleine huizen in een te grote armoede. Maar anders dan tegenwoordig vond de overheid het toen niet op haar weg liggen daar wat aan te doen. Dat werd overgelaten aan de maatschappelijke organisaties. Maar deze, onder anderen de kerk, konden de situatie niet goed aan.

De modernisering van de samenleving liet ook kerk en theologie niet onberoerd. Vanaf 1850 liep de spanning in de kerk langzaam maar zeker op. Rond 1880 werd duidelijk dat een scheuring niet meer te voorkomen was. Het laat zich denken dat dit alles veel energie heeft gekost. Negatieve energie wel te verstaan. Met als gevolg dat er minder tijd en energie over was om aandacht te besteden aan de grote sociale problemen. Wel waren er anderen, onder meer in de kring van het Reveil, de grote opwekkingsbeweging (die overigens rond 1880 over haar hoogtepunt heen was), die oog hadden voor de nood van zo velen, maar ook voor hen was de situatie hopeloos. Ondertussen verlangden velen naar een opwekking.
Een Amerikaanse evangelist in Engeland Enkele van deze godzoekers vertrokken naar Engeland, waar de bekende Amerikaanse evangelist D.L. Moody regelmatig opwekkingsconferenties hield. Een van hen was de Amsterdamse afgescheiden predikant J.G. Smitt. Ook de hervormde predikanten A. Kuyper en P.D.M. Huet bezochten Brighton, voor hongerige zielen toen 'the place to be'. Ds Smitt nam veel van het gehoorde en geleerde mee naar huis, hetgeen zoveel spanningen veroorzaakte binnen het kerkverband, dat zijn gemeente er uiteindelijk buiten kwam te staan en aansluiting vond bij de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten. Zijn gemeente besteedde veel aandacht aan het evangelisatie-werk, ondergebracht in een aparte vereniging. In deze kring werd voor het eerst de aandacht gevestigd op The Salvation Army. Men schreef regelmatig over het werk van Booth en de zijnen. A.Kuyper ging uiteindelijk andere wegen.

Een belangrijke rol was weggelegd voor C.F. Schoch en G. Govaars. Wat waren dit voor mensen? Iedereen kent het gezegde: geen geld, geen Zwitsers, dus als de Oranjes weer geld hadden en oorlog wensten/moesten voeren, werd er in Zwisterland geronseld. Zo kwam in het midden van de achttiende eeuw de eerste Schoch naar Nederland. Ook zijn achterkleinzoon C.F. volgde in Nederland een militaire opleiding, maar nadat hij uitgediend was, kreeg hij aandacht voor andere zaken. Uiteindelijk kwam hij terecht bij genoemde gemeente van ds Smitt.  Met deze predikant bezocht hij de Brighton-conferentie van 1875. Na kennismaking met het Leger had Schoch maar één droom: het Leger moet ook naar Nederland komen.
Deze wens deelde hij met G. Govaars, oud leerling van het Reveil-instituut De Klokkenberg te Nijmegen, waar men voor onderwijzer werd opgeleid. Ook hij was, als Schoch, betrokken bij het evangelisatie-werk van ds Smitt. Ook hij hoorde over het werk van Booth. Dat raakte hem zo, dat hij in Frankrijk de bekende koperen -s-  bestelde, en als eerste Nederlander met het embleem van het Leger des Heils rondliep, ook al was die organisatie nog niet aanwezig in Nederland. 

Een derde persoon die belangrijk is geweest was de heilssoldaat G.S. Railton. Langs wonderlijke wegen (die liepen over Zuid-Afrika en Frankrijk) kwam hij op een dag voor heilszaken in Nederland, en langs wonderlijke wegen kwam hij te logeren bij Govaars. Samen stelden ze een liedbundeltje samen t.bv. het Leger des Heils in Zuid-Afrika. Zo kwam Govaars ook in Engeland, waar hij persoonlijk kennismaakte met het werk van The Salvation Army. Als violist was hij enige tijd de begeleider van W. Booth op diens veldtochten. Hij besloot toe te treden tot The Salvation Army.
Veldtocht in Nederland 1887 Toen ook nog een andere heilssoldaat roeping voelde voor Nederland, leidde dit er toch dat het hoofdkwartier een veldtocht in Nederland ging voorbereiden. Deze begon in de Gerard Doustraat, in De Pijp dus, de nieuwbouwwijk van Amsterdam. Ondersteuning was er vanuit de door ds Smitt opgerichtte vereniging Emanuel, maar andere kerkelijke steun ontbrak. De kerk in Nederland had andere dingen te doen: in 1886 was de Doleantie begonnen. Wel was er veel belangstelling van de pers. Mede als gevolg daarvan was er een overweldigende opkomst. Op de achtste mei 1887 werden vier samenkomsten gehouden, alle goed bezocht. De eerste dag al kwamen er twintig mensen op de zondaarsbank. Voor het front van de hele zaal beleden ze hun zonden en bekeerden ze zich tot God.
Hierna kwam de ontwikkeling van het Leger in een stroomversnelling terecht. Er kwam een eigen tijdschrift tot stand, en er werd een Nederlands Korps gevormd. Rond Pinksteren 1887 waren er al 250 bekeerlingen. De groei zette door! Er werden ook activiteiten ontplooid buiten Amsterdam. Rond 1892, dus in vijf jaar tijd, was er sprake van een landelijke organisatie. Het Leger groeide De Pijp uit.

The Salvation Army was van oorsprong een evangelisatie-beweging geweest. Maar in 1890 volgde een belangrijke aanvulling. William Booth was namelijk onder de indruk gekomen van de diepe armoede in grote delen van Engeland en ontvouwde een sociaal plan. Hij voerde een pleidooi om mensen te helpen zonder bijbedoelingen.  Dit initiatief vond ook in Nederland gehoor, en tot op de dag van vandaag zijn deze twee doelstellingen: hulpverlening en evangelisatie, de kern van het werk van het Leger des Heils.
Opmerkelijk De snelle groei van het Leger is natuurlijk opmerkelijk. Het wachten is op een degelijke studie waarin gezocht wordt naar een verklaring. We kunnen het echter niet nalaten daar nu reeds over na te denken. Ik maak een paar opmerkingen, die geen status van verklaring hebben, maar misschien wel de moeite van het overdenken waard zijn.
•    De manier waarop het geloof in opwekkingskringen soms verwoord wordt, in preken en in liederen, voelt voor ons soms wat plat aan. En toch... Want laten we niet te snel oordelen.  Achter die eenvoud, directheid, misschien wel platheid, gaat een diepe bewogenheid schuil. Er is, natuurlijk, de innige vroomheid, het persoonlijke aspect van het geloofsleven. Maar ware vroomheid, mystiek, piëtistisch, reformatorisch, of van welke aard dan ook, leidt altijd tot bewogenheid met mensen die Christus niet kennen. En waar die bewogenheid leeft, gaan de ogen open voor de concrete, sociale en economische nood waarin zoveel mensen moeten leven. Dan gaat niet alleen de mond open om te getuigen, dan gaan de handen uit de mouwen.
•    Dit alles werd hartelijk verwelkomd in Nederland. De nieuwbouwwijken werden bewoond door nieuwkomers, emigranten die de grote stap van platteland naar stad hadden gemaakt. Ontheemden, mensen die huis en haard hadden opgegeven, en in een wildvreemde wereld opnieuw moesten beginnen. Ontheemden worden op hun kern teruggeworpen,  op hun ziel. Die werd geraakt door het Leger. Maar het Leger raakte meer. De paupers merkten dat het Leger ook oog had voor de materiele nood. Naar lichaam en ziel beide werden ze gezien!
•    De kerken hadden het te druk met zichzelf. Natuurlijk, ook in het Leger moest er georganiseerd worden, en bestuurd. Maar het doel was niet het Leger zelf! En dat ligt bij kerken nogal eens anders.
•    Waar is dit alles mee begonnen? Met een droom van C.F. Schoch? Of met het enthousiasme van Govaars? Moeten we verder terug, naar De Klokkenberg, geboren uit de opwekkingsvroomheid, die behoefte had aan goed opgeleide, vrome onderwijzers? Of naar Bilderdijk en Da Costa, die aan het begin van het Reveil stonden?
•    Waar liep dit op uit? Bij de Haarlemse klokkenmaker Ten Boom leefde de opwekkingsvroomheid uit de negentiende eeuw voort. Met de daarbij behorende liefde voor Isradël. Het huis werd een schuilplaats in 40-45. Een zoon was één van de eersten in ons land met intense en vernieuwende belangstelling voor Israël. Veel van de huidige belangstelling in kerk en theologie gaat onder meer terug op zijn inspanningen.
•    Waar liep dit nog meer op uit? Gods wegen zijn wonderlijk. Ooit stond een vijftienjarige voor een zaal waar het Leger samenkwam. 'Is dit ook voor mij? ', vroeg hij bedremmeld. Hij groeide uit tot een evangelist, en velen die geraakt werden door het werk van Youth for Christ kennen zijn naam, Bart van Empel
•    De bekendste majoor, majoor Bosshardt haalt regelmatig de pers. Ze is als een belangrijk gezicht van christelijk Nederland naar buiten toe. Een positief gezicht.
Ach, ik weet het ook wel. Overal is wat. En op alle vormen die wij mensen kiezen kunnen we kritiek hebben. Maar dat brandende hart van enkelingen, hoe veel zegen kan dat brengen.

M.J.Aalders
2 december 2000