Zoeken

Else Atie Franken-Duparc PDF Afdrukken E-mailadres

Else Atie Franken-Duparc (1911-2000)


Onlangs is ze overleden, min of meer in stilte. Geen televisiecamera’s, geen grote krantenkoppen, geen herdenkingsartikelen. Tot nog toe tenminste. Toch was ze een bijzondere vrouw, en het is jammer dat de media slechts aandacht voor de kerk hebben als er wat mis gaat. De kerk, dat is toch veel meer dan de optelsom van haar relletjes? De kerk, dat is letterlijk: dat wat van de Heer is. Dat is een geloofsuitspraak, een belijdenis. En het is een opdracht om dat nooit te vergeten en daaraan gestalte te geven. Velen doen dat. De doopsgezinde predikante E.A. Franken-Duparc deed dat op geheel eigen wijze. Een spirituele zoektocht, zo noemde ze het boekje met biografische notities dat in 1991 verscheen.


Ze werd geboren in een niet-gelovig gezin. Toch stuurde haar moeder haar naar catechisatie, als onderdeel van haar opvoeding, goed voor haar algemene ontwikkeling. Bij de Vrije Gemeente, dat wel natuurlijk. Maar toch… Uit een terugblik op haar leven blijkt dat het niet zozeer het catechetisch onderwijs is geweest dat haar geholpen heeft tijdens haar spirituele zoektocht, maar dat het de spiritualiteit van sommige mensen die op haar pad kwamen was die haar op het goede spoor zette. Het begon met een katholiek vriendinnetje dat haar na het ontijdig overlijden van haar vader meedeelde voor haar te zullen bidden. Ze wist toen nog niet wat dat was, bidden, maar ze is het nooit vergeten. Later waren er anderen. De vrijzinnige predikant bijvoorbeeld, bij wie ze catechisatie liep, en die na het overlijden van zijn enig kind de catechisanten vroeg voor hem te bidden. Een andere predikant werd een geestelijk leidsman. Niet zozeer door zijn onderricht, als wel door het feit dat hij iedere week met haar de tijd nam om samen te bidden, of stil te zijn voor het aangezicht van de Heer. Zo begon haar zoektocht.


Ze besloot klassieke letteren te gaan studeren. Ondertussen ontdekte ze een bijzondere gave. Als ik het goed begrepen heb, speelden haar handen daarbij een grote rol. Sommigen noemden haar daarom een magnetiseur. Aanvankelijk deed ze niet veel met deze gave. De kaders om daarvan gebruik te maken ontbraken als het ware. Maar haar zoektocht naar God ging voort. Ze besloot, na haar promotie in de klassieke letteren, theologie te gaan studeren in de hoop op haar zoektocht verder te komen. Dat werd een teleurstelling: Prof. Den Hartog, in die dagen haar geestelijk leidsman, overleed nog voor dat haar eerste studiejaar begon. Aan andere hoogleraren had ze niets, en haar medestudenten studeerden dan wel theologie, maar een zelfde spirituele honger als zij bij zichzelf ontwaarde, herkende ze in hen niet. Toch begon ze te groeien in haar geloof, ook omdat ze predikantsvrouw werd. Er kwamen andere leidslieden: een Javaanse student die haar op het spoor zet van de meditatie, Rudolf Steiner, later de in New Age kringen bekende Edgar Cayce, middeleeuwse mystici, Walter Nigg, de hoogleraar die zijn baan er aan gaf en dorpspredikant werd om prachtige boeken te schrijven over die gestalten uit de kerkgeschiedenis die werkelijk leefden naar wat het woord kerk betekent: van de Heer. Ze werd vegetariër, ze hield zich bezig met natuurgeneeskunde. Dr Franken verkeerde in een bont gezelschap. Ze was bepaald niet eenkennig, en leende vrijmoedig uit andere dan de christelijke traditie wat in haar kraam te pas kwam. Erg kritisch was ze daarin niet, zo lijkt het. Als het haar maar dichter tot God bracht, als het haar maar deed groeien in gebed en meditatie. En dat gebeurde: de bovennatuurlijke wereld werd haar thuis. Die was haar vertrouwder dan wat anderen de werkelijkheid noemen. Ze schreef over engelen, over de mystiek, over het gebed.


Deze honger naar God en zijn aanwezigheid leidde bij haar niet tot wereldvreemdheid. Integendeel. Tijdens de oorlog deed ze wat ze meende te moeten doen, en dat was veel. Na de oorlog ging ze naar het zendingsveld, nog weer later zette ze vanuit Nederland allerlei steunakties op voor de vluchtelingenkampen in Oostenrijk. Spiritualiteit en praktisch werk vormen geen tegenstelling. Integendeel, slechts vanuit de verbondenheid met God krijgt het praktisch werk zijn diepte en betekenis. Dat werd ook in haar leven weer eens duidelijk zichtbaar. Ondertussen nam het belang van de ‘gave der genezing’ in haar leven toe, vooral nadat ze uiteindelijk doopsgezind predikante te Rottevalle werd. Na vier jaar werd ze predikant in algemene dienst en startte ze een opvangcentrum, Heliatros. Tallozen kwamen daar om tot rust te komen, om te aanbidden, om genezing te vinden. En Dr Franken vroeg vrijmoedig aan de Allerhoogste. Hij schonk met ruime hand, als we de verhalen mogen geloven. Een vrijzinnige variant van Corrie ten Boom, zullen we maar zeggen, en ook sceptici waren steeds weer onder de indruk van de kracht die deze vrouw uitstraalde.


Nu is ze niet meer. Ik neem enkele van haar boeken ter hand. Soms verbaas ik me over de ketterijen waar ze geen enkele moeite mee had. Dan weer voel ik wat irritatie opkomen over een zekere naïviteit waarmee ze over de bovennatuurlijke wereld sprak. Maar ik word nog meer geraakt door het grote verschil tussen wat wij kerkelijk leven noemen en wat daar in het hoge noorden van Friesland geschiedde. Ik weet wel: ze was geen heilige. Er zijn er die haar buitengewoon lastig en eigenzinnig vonden. Dat geldt voor meer bijzondere mensen: dat ze soms gewoon lastig genoemd moeten worden. Haar leven is dan ook niet vrij geweest van conflicten. En haar leven is ook niet één groot Halleluja geweest. Ze wist van tegenslag, van duisternis, van godverlatenheid. Van het lot, dat de aanwezigheid van God overschaduwt. Maar toch, dat verschil, dat treft me. En het treft me in de dagen dat ik me voorbereid op een kerkdienst waarin de tempelreiniging centraal staat. We vergaderen en besturen, we vergaderen en besturen, we vergaderen en besturen ….. Is that all there is? Is dat de goede invulling van wat we eigenlijk belijden als we onze organisatie kerk noemen? Of is het tempelplein zo druk bevolkt, dat de toegang tot het heilige versperd wordt?

 

M.J.Aalders