Zoeken

Over het Thomasevangelie PDF Afdrukken E-mailadres

Urker vrouwen de vruchtbaarste


'Uit bevolkingsonderzoek', zo oreerde de nieuwslezer 'is gebleken dat de Urker vrouwen de vruchtbaarste zijn in Nederland. Ze baren gemiddeld 3.8 kinderen.' Met verbijstering zette ik de radio uit. Naar zulke onzin wil ik niet luisteren. Immers, het aantal kinderen dat geboren wordt hangt niet alleen af van de vruchtbaarheid. Er is bijvoorbeeld ook nog zo iets als een subcultuur, en alleen op grond van het aantal kinderen concluderen tot een bepaalde mate van vruchtbaarheid, dat is baarlijke nonsense. Een zelfde gevoel van verbijstering bekruipt me als ik zo nu en dan gedwongen wordt iets te lezen over New Age of over het Nieuwe Tijdsdenken, en dan met name op het punt van het zogenaamde Thomas-evangelie. Daarbij gaat het me niet om het goed recht van ieders religieuze overtuiging. Wel over de spelregels die wij hebben als het gaat om de interpretatie van oude teksten.

In 1945 kwam uit het Egyptische zand een groot aantal perkamenten boekrollen tevoorschijn, de zogenaamde Nag Hammadi geschriften. Daaronder bevond zich ook een tot dan toe onbekende 'evangelie van Thomas'. Dit evangelie bevat 114 spreuken van Jezus, waarvan sommige ons bekend in de oren klinken. Andere woorden die aan Jezus worden toegeschreven zijn echter nieuw. Het is geschreven in het Koptisch, een variant van het oud-Egyptisch, dat geschreven werd met Griekse karakters.

Het was toentertijd direct duidelijk dat het om een belangrijke vondst ging, die ons iets meer zou leren over de eerste eeuwen van onze jaartelling. Maar over de vraag wat deze vondst ons had te vertellen, verschilden de meningen. Nadat de krantenkoppen hun werk als visverpakking hadden gedaan en de geleerden rustig aan het werk konden gaan, bleef het lange tijd min of meer stil, althans, onder het grote publiek. Maar met de opkomst van New Age keerde ook de belangstelling voor dit evangelie terug. Ook de overdreven sensatie uit 1959/1960 keerde terug.

Eén van de grote propagandisten van dit evangelie is drs J. Slavenburg. Voor hem staat onomstotelijk vast dat dit het meest oorspronkelijke evangelie is, dat het meest zuiver de boodschap van Jezus weergeeft. De ons bekende evangeliën zijn het product van een langdurig corruptieproces, begeleid en gestuurd door enkele fanatieke kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. Daardoor is ook de oorspronkelijke boodschap van Jezus verloren gegaan. Die boodschap luidde volgens Slavenburg als volgt. De schepping van de kosmos is het werk van een lagere, kwaadaardige god, een demiurg. Daarbovenuit gaat echter de ware god. Die god is deel van ons zelf, wij zijn een deel van die god, en de ware wijsheid (gnosis) bestaat hieruit dat wij door zelfkennis de weg vinden naar de hemelse gewesten. Jezus is ons daarbij als een goede gids behulpzaam. Hij staat in een lange reeks van universele openbaringen als de Boeddha, Lao Tsem Pythagoras, Zarathoestra e.a. Van die boodschap is Slavenburg de profeet. Met andere woorden: Slavenburg is een gnosticus.

Nu is Slavenburg bepaald niet onomstreden, en wie een grondige scholing als historicus heeft ontvangen kan niet anders dan zijn argumentatie afwijzen. Nogmaals, hij heeft natuurlijk het recht op zijn eigen overtuiging. Maar wie die overtuiging historisch wil funderen, is wel aan bepaalde spelregels gebonden.

Slavenburg betoogt terecht dat de ons bekende evangeliën slechts bestaan in talloze tekstvarianten. Voor iedere tekst, ook die van de evangeliën, geldt dat deze zichzelf in de loop van de overlevering niet gelijk blijft. Afschrijvers maken nu eenmaal fouten, komen soms met interpretaties, en het is een vak (de tekstkritiek) om aan de hand van alle fragmenten een tekst op te sporen die de oorspronkelijke het meest benadert. (Overigens moet de invloed hiervan op de bijbeltekst niet overdreven worden!) Nu doet Slavenburg het voorkomen alsof het Thomas-evangelie veel beter is overgeleverd, en eigenlijk zoals het daar ligt 'authentiek' is. Het zou gaan om de exacte woorden van Jezus zelf. Wat hij er niet bij vertelt, is dat we slechts één exemplaar van het Thomas-evangelie hebben en drie (Griekse tekstfragmenten), terwijl we duizenden snippertjes van de canonieke evangeliën hebben. En bovendien: zelfs het weinige dat we van Thomas hebben, laat zien dat ook die tekst eenzelfde geschiedenis heeft als de andere evangeliën, maar, omdat we veel minder materiaal hebben, valt dat niet zo op. Slavenburg zelf verdoezelt dat. Een enkele vergissing van de afschrijver, dat moet toch kunnen? Maar zo meet hij wel met twee maten. Hij moet wel verdoezelen, want hoe kun je anders een corrupte tekst tegenover een authentiek evangelie plaatsen?

Een ander punt is dat Slavenburg wijst op de theologische redactie van de canonieke evangeliën: wij hebben geen rechtstreekse toegang tot de historische Jezus, wij kennen hem alleen in de verkondiging.En die verkondiging is vervalst. Nee, dan het Thomas-evangelie, dat brengt ons direct tot Jezus. Hoe Slavenburg dat weet? Hij vindt dat, maar er is geen enkel bewijs voor. Slavenburg dateert het Thomas-evangelie zeer vroeg, rond 50 na Christus (hij meent zelfs dat het al tweeduizend jaar oud is). Hij beroept zich daarvoor op enkele Amerikaanse geleerden. Voor zover hun argumenten getoetst zijn in het wetenschappelijke discours, blijft er niet zoveel van over. Veelal is deze visie, net als bij Slavenburg, ingegeven door religieuze motieven. Het punt is dat dateringskwesties zeer ingewikkeld zijn, en dat geldt zeker ook van het Thomas evangelie omdat iedere referentie naar het 'gewone' leven van Jezus ontbreekt. De oudste fragmenten die we bezitten, moeten na 250 worden gedateerd. De oudste verwijzingen ernaar in andere bronnen zijn uit dezelfde tijd. Of er dan geen oudere handschriften hebben bestaan? Wij weten er niets van. Maar mochten ze hebben bestaan, dan is het zeker dat ook die tekst 'gecorrumpeerd' is, om maar een geliefd woord van Slavenburg te gebruiken. Dat is nu eenmaal het lot van teksten uit de oudheid. Ze werden niet machinaal gekopiëerd, maar met de hand overgeschreven. En daarbij is er ook nog zoiets als de traditie-geschiedenis.

Op de achtergrond van dit soort discussies spelen zoals gezegd soms religieuze motieven een rol. Maar ook als we die buiten beschouwing laten, rijst er een vraag. Want zou Jezus, die opgroeide in Nazareth, die leefde naar de geboden en de Schriften kende (en nooit in India is geweest, om nog maar een andere leugen te noemen), werkelijk een gnosticus zijn geweest? Het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat de joodse rabbi Jezus dit gedachtegoed heeft gehad. Hij bewoog zich binnen het orthodoxe Jodendom van Israël, in een tijd dat de gnostiek daar nog niet voorkwam. En zeker niet in de vorm die Slavenburg aanhangt. De Schepper en Bevrijder is één en dezelfde God, die zich met zijn NAAM aan Mozes openbaarde. Het gnostieke dualisme (de scheiding tussen de demiurg en de goede oppergod, tussen de boze aarde en de zevende hemel. Tussen het 'smerige' lichaam en de 'goddelijke ziel') is wezensvreemd aan het jodendom en aan de Tenach. Bij alle spelregels die wij hebben om het verleden te begrijpen, lijkt het daarom volstrekt onaannemelijk dat Jezus een gnosticus is geweest. We kunnen wel zeggen dat de verzamelaar die het Thomas-evangelie heeft samengesteld een gnosticus was.

Dat brengt mij op een laatste punt, namelijk de existentiële laag die achter al dit soort discussies schuil gaat. Waarom wordt dit soort onzin toch altijd gedebiteerd? En waarom zijn er altijd weer mensen die zich er aan over geven? Slavenburg maakt daar geen geheim van. De gnostiek refereert aan diepe verlangens in onze ziel. 'De theologie leert een verlossing als een goddelijke genadegave van buitenaf, de gnosis ervaart de verlossing van binnenuit door middel van de goddelijke Christuskracht in de mens zelf', zo stelt hij. En dat is dus het oorspronkelijke evangelie. Mijns inziens komt hier de aap uit de mouw. Al die ophef over het Thomas-evangelie laat zich verklaren uit het verzet van de mens tegen de genade. Daarmee zijn we bij de kern van de zaak. Die kern maakt tevens duidelijk waarom er altijd weer mensen zullen zijn die zich door de gnostiek of varianten daarvan weten aangesproken. Het raakt op een fundamenteel punt aan ons zelfbewustzijn. Wie zijn wij eigenlijk als mensen? En: hoe zullen wij tot heil en heelheid komen? Het gaat hier om de 'laatste' vragen van ons bestaan. Geen wonder dat in onze tijd, met al zijn nadruk op de autonomie van de mens, visies als die van Slavenburg hun kans krijgen.

Met dit laatste is tevens gezegd dat er een fundamentele tegenstelling bestaat tussen christelijk geloof en gnostiek In dat kader meen ik ook dat we beter niet van gnostieke varianten van het christelijk geloof kunnen spreken. Het woord 'variant' is namelijk enigszins verdoezelend. Dat er de eeuwen door mensen zijn geweest die meenden in deze manier van geloven de ware manier van christelijk geloven te hebben gevonden, wordt daarmee niet ontkend. De vraag is wel of de kerk zich daarmee anders dan evangeliserend mee moet inlaten. Zolang het gaat om zulke grote filosofische en existentiële verschillen is het antwoord daarop kort en krachtig: neen.

M.J. Aalders

 


n.a.v. Tj. Baarda e.a., Het evangelie van Thomas (Zoetermeer 1999)