Zoeken

Het ambtsgeheim PDF Afdrukken E-mailadres

Het ambtsgeheim

Bij de bevestiging van ambtsdragers wordt hen altijd de vraag gesteld of zij zullen zwijgen over wat hen in vertrouwen wordt meegedeeld. We raken daarmee aan het ambtsgeheim.

De bedoeling van het ambtsgeheim is de bescherming te bieden die wij mensen nu eenmaal tegenover elkaar nodig hebben, en ieders persoonlijke keuze met betrekking tot zijn eigen openheid naar buiten toe te respecteren. Nu weet iedere ambtsdrager uit ervaring dat het ambtsgeheim soms spanningen met zich mee brengt, en over de vraag hoe ver het ambtsgeheim reikt, wordt dan ook wel nagedacht. Maar het basisprincipe is de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van onze gemeenteleden.

Dat is overigens nog iets anders dan over anderen praten zonder dat het om vertrouwelijke zaken gaat. Dat kan nodig zijn, dat kan onverstandig zijn, dat kan bevrijdend zijn. Praten over anderen kan van alles zijn. Maar het betreft dan geen zaken rondom het ambtsgeheim. Overigens, wie met één vinger naar de ander wijst, wijst er met drie naar zichzelf. Daarom is het eigenlijk altijd slecht.

Ook bestuurlijke zaken vallen buiten het ambtsgeheim. Ik weet wel dat er zijn die hechten aan bestuurlijke geheimhouding, en soms kan ik me daar wel wat bij voorstellen. Maar in het algemeen kent de kerk openbaarheid van bestuur. Geheimen duiden meestal of op rottigheid, of op belangenverstrengeling. Overigens: spanningen tussen personen dienen door de voorzitter opgelost te worden, en niet op straat.

Een schending van het ambtsgeheim Een broeder in mijn vorige gemeente vertelde me eens dat hij en zijn vrouw moesten trouwen (lang geleden dus). Deze zonde (men zag hierin merkwaardiger wijze een overtreding van het zevende gebod) had hij keurig opgebiecht bij de kerkenraad. Tot zijn verbijstering echter bleek het verhaal binnen een week ‘op straat te liggen’. Toen hij de broeders kerkenraad aan hun gelofte herinnerde, zwegen ze beschaamd.

Zo gaat het vaak met het ambtsgeheim. En ik vermoed dat er onder de ambtsdragers niemand is die wel eens beseft heeft dat hij te ver was gegaan in zijn mededeelzaamheid, al was het maar dat hij/zij zich thuis wel eens wat laat ontvallen.

Gedeeld ambtsgeheim? Nu zijn er situaties, waarin het onvermijdelijk wordt geacht om over anderen mededelingen te doen. Zelf ben ik pastoraal ‘opgevoed’ door prof. dr J.C. Schreuder. Ik herinner me nog goed hoe ze betoogde dat gedeeld ambtsgeheim ook ambtsgeheim is. Ik heb me jarenlang met deze gedachte getroost gevoeld. Je hoort soms dingen, je ziet soms dingen, waar je wel over moet praten, en daarvoor kies je dan een mede-ambtsdrager of een ambtelijke vergadering. Het zit je hoog, je moet het kwijt, je wilt je inzichten toetsen, er staan bestuurlijke belangen op het spel.

Toch ben ik hierover in de loop der jaren anders gaan denken. Om het maar wat pregnant te formuleren: gedeeld ambtsgeheim is niets anders dan een heilig roddelen. Dat is pregnant geformuleerd, ik weet het. Maar eigenlijk wil ik met minder niet toe. Als vertrouwelijke zaken over personen meegedeeld worden aan anderen, is het vertrouwen geschonden. In feite is zelfs de mededeling dat men iemand bezocht heeft, al op de rand.

Verslagen Nog meer bezwaar voel ik als er dingen op papier worden gezet. Wie schrijft, die blijft. En wat geschreven wordt blijft eveneens. Zo las ik onlangs over mevr. X, dat zij een moeilijke relatie met haar vader had gehad, en dat ze daar nu, op latere leeftijd, nog last van had. Dit stond zwart op wit in de notulen van een vergadering van enkele pastoraal werkenden. Maar als mevr. X mij dat niet wil vertellen, hoor ik het niet te weten. We schrijven dus nooit iets op. Daarbij komt nog iets anders. Niet alleen wordt het ambtsgeheim zo geschonden, maar wat we opschrijven is altijd onze interpretatie van wat ons is meegedeeld. En dat tussen feit en interpretatie onderscheiden moet worden, wordt nogal eens vergeten.

Geen gedeeld ambtsgeheim! Ik neem op het punt van het ambtsgeheim dus steeds meer afstand van mijn leermeester, en vond dat onlangs in het ouderlingenblad bevestigd door een opmerking van haar opvolger, G. Heitink. Er bestaat geen gedeeld ambtsgeheim.

Bovendien heb ik een pastoraal theoloog geraadpleegd, omdat desondanks het ambtsgeheim niet altijd eenvoudig is te handhaven. Iets ingewikkelder vind ik het bijvoorbeeld als er persoonlijke zaken in het geding zijn die van bestuurlijk belang zijn. De eerste route is natuurlijk dat je aan betrokkene vraagt of je om die reden iets naar buiten mag brengen. Een tweede route is de weg die langs de voorzitter van de vergadering voert. Het is tenslotte zijn taak zowel inhoud, proces als relaties binnen het geheel van de geloofsgemeenschap, en in het bijzonder van de kerkenraad, te bewaken. Stel dat iemand bezig is met een echtscheiding. Het is nog niet algemeen bekend, zelfs zijn kinderen weten het nog niet. Deze persoon wordt voorgedragen als ouderling. Wat doe je dan? Moet iemand niet de ruimte krijgen eerst de scheiding te verwerken voordat hij ambtsdrager wordt? In zo’n geval biedt deze laatste route enige uitkomst.

Vernieuwing van de gelofte Ambtsgeheim is een groot goed. Wij zijn maar mensen. We struikelen vele malen. De bevestiging van ambtsdragers is daarom ook voor de zittende ambtsdragers een goede gelegenheid hun belofte te vernieuwen.We kunnen daarin niet streng genoeg zijn voor ons zelf.

 

M.J. Aalders

27 januari 2001