Zoeken

Salaris of traktement PDF Afdrukken E-mailadres

Salaris

Onlangs ontving ik voor het eerst van mijn leven een salaris-strookje. Ik las daarop onder meer hoeveel dagen ik in januari gewerkt had: 23. Hoe sprong mijn hart hoog op in mij. Ik had allerlei associaties: 23 werkdagen - psalm 23 - rust -grazige weiden. Mocht dat toch eens komen staan te gebeuren. En dan: salaris! Ach lieve, ben ik dan eindelijk een ‘gewone’ werknemer geworden? Ik keek nog eens goed. Nee, dat was niet zo. In de kleine lettertjes kwam ik ook het woord ‘traktement’ tegen. In verwarring zeeg ik terneer. Wat krijg ik nu? Salaris of traktement?

Ik besloot het kerkelijk bureau van de kerkgemeenschap waaraan ik ben verbonden te bellen. Daar weet men alles, in velerlei opzichten. Zo vernam ik dat de traktementsadministratie uit handen is gegeven. De zaken worden nu door een professioneel kantoor geregeld. Daarbij kan ik me wel wat voorstellen. Dat is makkelijk en waarborgt de continuïteit. Maar het administratiekantoor werkt klaarblijkelijk met software die de kerkelijke taal niet spreekt. Het is de schuld van de computer. Vandaar mijn verwarring.

De computer spreekt geen Kerkelijk Verantwoord Nederlands. Jammer. Moeten we daarom maar mee waaien met alle bedrijfsmatige winden die over ons heen komen? Of moeten we de computer een beetje opvoeden? Het Kerkelijk Verantwoord Nederlands heeft het over traktement. Dat is: een vergoeding voor geleverde diensten. Het KVN weet wel van arbeid, maar kent het begrip arbeidscontract niet. Een beroepingsbrief, met bijlagen, dat heeft de kerk. De rest staat in de kerkorde. Het KVN kent geen arbeidsovereenkomst met de predikanten, er is sprake van traktementsadviezen. Ouderwets taalgebruik, dat nodig aan vervanging toe is? Of een taalgebruik met een geheim? Ik vermoed dat laatste. Men heeft altijd gevoeld dat een predikant niet in dienst van de gemeente is, maar in dienst van de Heer. Men heeft altijd de waarheid gevreesd van het gezegde: wiens brood men eet, wiens woord men spreekt. Daarom heeft men altijd geweigerd de predikanten te zien als werknemer. Daarom groeide er een KVN.

Dat is mooi, dat is vroom, dat is bijbels. Een predikant is in dienst van de Heer. Mijn liefje, wat wil je nog meer? Maar makkelijk is het niet. Want daarmee neemt de predikant in het brede spectrum van de samenleving een bijzondere plaats in. Hij is geen ondernemer, want hij heeft geen winst- en verliesrekening. Hij is geen free-lancer, want hij heeft meestal maar één opdrachtgever (als dat het goede woord is). Hij is geen werknemer want hij is niet in loondienst. Maar wat is hij dan wel? Hij is dienaar des Woords. Niet meer, niet minder. En omdat het Woord zegt dat men een dorsende os niet zal muilbanden, krijgt hij voor zijn inspanningen een vergoeding.

Terug naar het Kerkelijk Verantwoord Nederlands dus. De computer in de schoolbanken. Nu ja, was het maar zo eenvoudig. Want deze bijzondere positie van de predikant levert momenteel nogal wat stof tot discussie, en dat niet alleen vanwege de software. Er zijn er nog al wat die van de predikant een gewone werknemer willen maken zonder dat helemaal grijpbaar is waarom. Zijn het de bedrijfsmatige winden die het kerkelijk leven in beroering brengen? Het kan zijn, maar wie de tijdgeest huwt, is snel weer weduwe (Berkhof). Zelf heb ik het vermoeden dat dit te maken heeft met de gezagscrisis in onze cultuur en met de gedaalde sociale status van de predikant. Er heerst onderhuids hier en daar een stemming van: de predikant moet eens op zijn plaats gezet worden. Het is die stemming die momenteel grote spanningen binnen de kerk over het hele land veroorzaakt. Gelukkig is dit ook bij ons hoofdkantoor bekend. Er schijnt zelfs een brochure te komen die de kerkenraden zal onderwijzen over wat ze wel en wat ze niet kunnen maken richting predikanten! Of ook de voorstanders van het werknemerschap tot de orde zullen worden geroepen? De tijd zal het leren.

Het werknemerschap voor predikanten. Is het te verkiezen? Er zitten vele kanten aan deze vraag. Maken we de predikant dan directeur, in dienst van de landelijke kerk, en met de bevoegdheid vrijwilligers te ontslaan? En krijgt hij dan een salaris dat past bij managers die een bedrijf van een man of duizend aansturen? Dat lijkt nu me pas waarlijk gerechtigheid. Of doen we het anders, en worden de plaatselijke vrijwilligers werkgever, met jobdescriptions en functioneringsgesprekken? En met de bevoegdheid om de werknemer-predikant op de vingers te tikken, onafhankelijk van de vraag of ze deskundige vrijwilligers zijn? Natuurlijk, er zitten ook voordelen aan. 23 dagen werken in de maand januari. En natuurlijk een 36-urige werkweek. Op zaterdag en zondag vrij. Secretariële ondersteuning? Geen probleem. En een eigen bureau in plaats van een studeerkamertje. Een aparte ontvangsruimte, waar de koffie voor de clienten geserveerd wordt door de keuken-afdeling. Heerlijk!

Mijn eigen voorkeur? Ik zou het graag laten zoals het is, en de kerk en kerkenraden weer de taal der Schrift, der kerkorde en der kerkelijke cultuur leren spreken. Maar ach, wie ben ik?

M.J. Aalders

26 januari 2001