Zoeken

De belijdenisgeschriften PDF Afdrukken E-mailadres

De belijdenisgeschriften van de PKN

Enkele dagen voordat de PKN op 1 mei officieel tot stand kwam, verscheen bij uitgeverij Boekencentrum een uitgave waarin de belijdenisgeschriften van de PKN zijn samengebracht. Van de Apostolische Geloofsbelijdenis tot de Concordie van Leuenberg, in totaal 11 geschriften, en alle ingeleid door K. Zwanepol, hoogleraar aan het Luthers Seminarie.

Belijdenisgeschriften zijn documenten waarin de kerk zich uitspreekt over een zaak die voor haar belangrijk is (geweest). Ze kunnen van heel verschillende aard zijn. Zo vinden we in dit boek de Heidelbergse Catechismus opgenomen, een boekje waarin het ‘hele geloof’ wordt samengebracht op een bevattelijke manier: de inhoud van ons geloof wordt in 52 ‘zondagen’ verdeeld, en om het repeteren te vergemakkelijken is gekozen voor een spel van vraag en antwoord. Dit boekje werd dan ook geschreven ten behoeve van het catechetisch onderwijs. Vandaar de benaming ‘catechismus’. Maar we vinden er ook de Theologische Verklaring van Barmen, een tekst die in 1934 ontstaan is als reactie op de neiging van de Duitse overheid zich met interne kerkelijke aangelegenheden te bemoeien. Op de achtergrond speelde de theologie van K. Barth een grote rol: God kennen wij alleen in en door Jezus Christus, een stelling en een uitgangspunt waar lang niet iedereen het mee eens was. Het meest recente document is de reeds genoemde Concordie van Leuenberg, een vrucht van de gesprekken tussen lutheranen en calvinisten dat laat zien waar beide groeperingen met elkaar overeenstemmen en waarover nog verder gesproken moet worden.

Belijdenisgeschriften zijn, zo moge na het voorafgaande duidelijk zijn, in sterke mate gestempeld door de tijd waarin ze zijn ontstaan. Of ze daarmee ook verouderd kunnen raken, is een zaak van voortdurende discussie. Zij die geloven in de ‘vooruitgang’ zullen eerder geneigd zijn die vraag bevestigend te beantwoorden dan zij die met de Prediker geloven dat er niets nieuws onder de zon is.

Met het voorafgaande hangt nauw samen de vraag wat de betekenis is van het feit dat deze geschriften als ‘officiële’ documenten gelden. Betekent dit dat we alles moeten geloven wat in deze geschriften staat? Daar lijkt het niet op. De kerken die zijn samengekomen in de PKN hebben al decennialang niemand meer veroordeeld voor ‘afwijkende gevoelens’. En het ziet er niet naar uit dat daarin verandering zal komen. De onvruchtbaarheid van ‘leertuchtprocedures’ is de afgelopen 100 jaar genoegzaam gebleken. Er zullen zich altijd weer nieuwe ‘gevallen’ voordoen. Maar als er in feite leervrijheid bestaat, waarom zullen we ons dan nog druk maken over dit soort geschriften? Wat is dan de zin van een publicatie als de onderhavige? De historicus weet ze wel te vinden, het kerklid heeft er geen boodschap aan.

Het is hier niet de plaats om op deze vragen in te gaan. Mijn bedoeling was slechts te wijzen op deze bundeling van de belijdenisgeschriften van de PKN. Toch zijn het vragen die direct komen bovendrijven. Ik mis in dit boek een duidelijke inleiding over de plaats van de belijdenisgeschriften in de PKN; Zwanepol spreekt over de Belijdenisgeschriften voor de PKN, niet van de PKN. Maar dat lost weinig op. Wat moeten we er mee als we er niets mee doen? Of: mag iemand wel met Barmen van mening verschillen, maar niet met de catechismus? Of is de betekenis alleen historisch interessant: kijk eens hoe leuk ons voorgeslacht het geloof in de zeventiende eeuw heeft geformuleerd! Helaas, naar een antwoord op dit soort vragen zoekt de lezer tevergeefs. Maar daarmee ontbreekt ook de rechtvaardiging van deze uitgave.

MJA