Zoeken

De hervormde pastorie PDF Afdrukken E-mailadres



L.A. Snijders, Verhalen en afbeeldingen van oude hervormde dorpspastorieën en hun bewoners (Zutphen 2004) 29,50 euro


De hervormde  pastorie is de verdwijning nabij, en daarin ligt de belangrijkste rechtvaardiging van dit boek. Met het uitsterven van de ooggetuigen wordt het tijd de verhalen te documenteren, zo lijkt de auteur gedacht te hebben.

De eerste hoofdstukken gaan over de pastorie in het algemeen, het grootste deel van het boek is gewijd aan bepaalde predikantswoningen en hun soms opvallende bewoners. De keuze voor de hervormde pastorieën wordt gerechtvaardigd door de noodzakelijke beperking van het materiaal en door het feit dat de ‘pastorie bij de kerk’ in het centrum van een dorp karakteristiek was voor de volkskerk. Daarbinnen was de selectie willekeurig. Een pastorie kwam voor beschrijving in aanmerking als er verhalen over haar bewoners verteld konden worden.

In hoofdstuk I heeft de schrijver enkele algemene beschouwingen bij elkaar gebracht over het ‘verschijnsel pastorie’. Zijn speurtocht leidde tot de verrijking van de Nederlandse taal met het woord ‘depastorisering’. Daarmee bedoelt hij dat een groot aantal pastorieën de laatste decennia is afgebroken, verbouwd en/of verkocht. Daarbij is Samen op Weg de grootste boosdoener geweest. De hervormde of gereformeerde pastorie was overbodig geworden (SoW betekende ook het verlies van predikantsplaatsen!) en de kerkvoogdij wilde wel verkopen. Sommige pastorieën werden getransformeerd tot meubelzaak, anderen tot supermarkt of appartementengebouw. Gelukkig heeft Snijders ook vele oude pastorieën aangetroffen die liefdevol zijn gerestaureerd door de nieuwe bewoners.

Een ander punt dat Snijders heeft geconstateerd is dat vooral in de tweede helft van de negentiende eeuw vele nieuwe pastorieën zijn gebouwd. Hij wijst in dit verband op de oplevende economie als een belangrijke factor daarbij. Daarvan mochten ook de predikanten profiteren. In sommige plaatsen werd de  bescheiden predikantswoning vervangen door een ‘kapitale villa’s’, passend bij het ambtsbesef van de negentiende eeuw. De predikant was geen dienstknecht van mensen, hij diende de Heer van hemel en aarde en verdiende daarom een voorname woning. Vele van deze nieuwe pastorieën waren groot en hoog, en vele hadden een rijzige kubusachtige vorm.

Dit laatste brengt de auteur tot de vraag of het afnemend ambtsbesef van onze tijd en de dalende sociale status zich ook terug laten vinden in de woonsituatie van de moderne predikant. Die vraag meent hij bevestigend te kunnen beantwoorden. De moderne predikant heeft een perfecte schutkleur aangenomen en woont daarom liever in een rijtjeshuis dan in een opzichtige pastorie.

Met dit naderend einde van de pastorie voor ogen achtte Snijders de tijd gekomen een en ander over de hervormde pastorie en haar bewoners vast te leggen. Hij legt een interessant verband tussen de omvang van de pastorie en het ambtsbesef. Gaarne had ik een en ander overigens nog wel iets steviger onderbouwd gezien, nu blijft het bij een interessante hypothese die de moeite van het nader onderzoek waard is. Overigens valt de nadruk meer op de bewoners dan op de pastorieën. Bekende en onbekende predikanten passeren de revue, en het geheel geeft een anekdotisch kijkje in de keuken van het hervormde predikantsbestaan. Daarin ligt de betekenis maar ook de beperking van dit boek.

MJA