Zoeken

Een dag in het stembureau PDF Afdrukken E-mailadres

12 september 2012

Het is de ‘morning after’, en ik zit nog bij te komen van de verkiezingsuitslag. Op mijn manier heb ik daaraan een extra bijdrage geleverd. Ik heb niet alleen ‘gebruik gemaakt van mijn recht’, maar ik heb ook anderen geholpen dat te doen. Sinds mijn gedwongen emeritaat werk ik in voorkomende gevallen mee in een van de plaatselijke stembureaus. Nee, ik zat niet in een kerk. In Den Haag was men daar tegen. Het zou intimiderend voor zijn, en in strijd met de scheiding van kerk en staat. Of dit thema ook in Amstelveen speelt, weet ik niet. Het zou me niet verbazen. Amstelveen is een echte VVD-gemeente. En net als in Den Haag is er maar  één kerk als stembureau in gebruik. Maar dat is dan ook de Paaskerk, al jaren dé kerk van Amstelveen.

‘Mijn’ stembureau was ondergebracht in de conversatiezaal van een verzorgingstehuis van katholieke origine. Het huis heette tot voor kort naar Jozef Brentano, een rijke Amsterdamse koopman uit de achttiende eeuw van Italiaanse komaf, bekend vanwege zijn grote schilderijenverzameling en zijn filantropisch werk. Een katholieke Amsterdammer dus, wiens naam voortleeft in het Amstelveense verzorgingshuis. Het Haagse college van BenW, dat geen kerken meer wilde gebruiken bij verkiezingen, kan gerust zijn, want het  katholieke stelt (ook hier) niet zoveel meer voor. Ik zag bijvoorbeeld nergens een crucifix, en of het huis een kapel heeft waag  ik te betwijfelen. Een mortuarium, dat wel, en een kantoortje voor de uitvaartonderneming. Maar goed, ik hoefde dus niet bang te zijn dat de kiezers zich geïntimideerd zouden voelen vanwege de religieuze context, want die was er niet.

Met een gerust geweten deed ik mijn werk. Nuttig werk, ten dienste van de samenleving. Ik groeide ervan. En ondertussen zag ik allerlei oude bekenden voorbij schuifelen, maar tijd voor een praatje was er niet. Het was druk, en eigenlijk was het stembureau te klein voor de grote stroom stemmers. We kregen allerlei commentaar, vooral als  het stembiljet werd uitgereikt. “Wat is dit? Het lijkt wel een krant”, was de meest gemaakte opmerking. En gelijk hadden ze, het was veel leeswerk, dat stembiljet. Een ander wees op het ontbreken van gordijntjes bij de stemhokjes en eiste meer privacy, maar dat konden we hem niet bieden. Tijd om het uit te leggen was er niet. Bovendien denk ik dat het niet geholpen zou hebben. Meneer was boos, zijn recht op privacy was geschonden. Verder waren er voortdurend ouderen die ‘de weg kwijt’ waren en voor wie wij een beroep op de verzorging moesten doen.

Onder de Amstelveners die kwamen stemmen, zag ik plotseling een katholieke collega opdoemen die al jaren geleden de pensioengerechtigde leeftijd was gepasseerd. Nu gaan Nederlandse pastoors eigenlijk niet met pensioen, want er is altijd wel ergens een mis die moet worden opgedragen, en ook pastoor Jan was er druk mee. Maar waarom kwam hij hier stemmen? Woonde hij hier nu al? Hij zag er nog vitaal uit, dus die mogelijkheid schoof ik snel terzijde. Jan is onverwoestbaar. Maar als hij hier niet woonde, dan was hij hier voor pastorale arbeid. Nee toch. Ik schrok. Pastoraat is mooi, maar niet op verkiezingsdag in een van oorsprong katholiek verzorgingshuis. Stel je voor dat pastoor Jan met een ongevraagd stemadvies de bewoners zou intimideren! Ik zag hem hier en daar handen schudden en een praatje maken en was blij dat er niemand van het Haags college van BenW getuige was van dit pastoraat, anders zouden we vast het landelijke nieuws halen. Toen het even rustiger werd, was ook meneer pastoor verdwenen. Gelukkig maar. Want dat kan echt niet! Pastoraat op verkiezingsdag.

Tegen een uur of tien vulde de conversatiezaal zich met zo’n honderdtal bewoners. Het stembureau bevond zich voor in de zaal, ergens in een hoek, dus er was voldoende scheiding tussen stembureau en bewoners, maar het was toch een heel geroezemoes. Op een kwaad moment nam een leidinggevende de microfoon en begon te vertellen over haar reis naar donker Afrika. De volumeknop werd aangepast aan de context van de omgeving, want wat heb je aan een reisverslag als het niet kunt verstaan? Ondertussen moesten wij, van het stembureau, de stempasjes innemen en nummeren, stembiljetten tellen en bijhouden hoeveel we er hadden uitgereikt, verwarde bewoners te woord staan, soms de hulp inroepen van verzorgend personeel. En dat tegen de achtergrond van een reisverslag. Dat alles werd me teveel. Ik kan me na mijn herseninfarct slecht concentreren en had al mijn aandacht nodig om geen fouten te maken bij het tellen, nummeren en wegwijs maken van de stemmers. Ik sprak de baas van ons bureau aan: ‘Als ze bingo gaan spelen, moet ik helaas mijn taak neerleggen. Dat trek ik niet’. Ze kon er niets aan doen, antwoordde ze. Maar ik had geluk, want na een halfuurtje was de spreekster klaar en restte alleen de weldadige rust van een conversatiezaal in een verzorgingstehuis tijdens de koffiepauze. Alles is tenslotte relatief. Ik haalde opgelucht adem, maar bedacht wel dat ik een volgende keer liever in een stembureau zit dat is ondergebracht in een kerk. Zo’n lieftallige madonna met kind is voor mij beter dan een reisverslag van een verpleegkundige in plat-amstelveens. Daar heb ik nou last van.

 

Maarten J. Aalders