Zoeken

Ziekenzalving PDF Afdrukken E-mailadres

Bespreking van C. van der Kooi en M.A.Th. Van der Kooi Dijkstra, Ziekenzalving (Zoetermeer 2006)

(Verschenen in De Zuid/Wester, mei 2006)


In de oude kerk kende men het gebruik van de ziekenzalving, daarbij onder meer gehoorzamend aan het woord uit de Brief van Jacobus:  “Laat iemand die ziek is de oudsten van de gemeente bij zich roepen; laten ze voor hem bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer.” In de Oosterse kerk is dit ritueel blijven bestaan, in de westerse kerk, de rooms-katholieke kerk, verschoof de betekenis: de ziekenzalving werd tot het laatste oliesel, tot een sacrament dat aan stervenden werd gegeven. Pas in de twintigste eeuw kwam er in de grote kerken opnieuw aandacht voor de bijbelse wortels van dit gebruik en werd het als het ware in ere hersteld. Ook in deel II van het Dienstboek van de PKN is dit gebruik opgenomen.

Aan dat laatste is de grote aandacht voor de gaven van de Geest in de zogenaamde Pinksterkerken niet vreemd. Geloof is niet alleen een zaak van het hoofd, ook niet alleen een zaak van je hart, maar een zaak voor heel de mens, naar lichaam en ziel. Heil is niet iets voor later, voor ‘in de hemel’, maar voor het hier en nu. Het heeft niet alleen met onze ziel te maken, maar ook met ons lijf. We zouden het zo kunnen zeggen: God, de schepper van ons broze bestaan, laat niet varen wat zijn hand begonnen is te doen.

Nu is het niet zonder reden dat de kerken niet zonder meer de boodschap van de Pinksterkerken hebben overgenomen.

· De kerk distantieert zich van een al te eenzijdige en geïsoleerde aandacht voor de lichamelijke genezing. De heelheid van de mens heeft altijd met lichaam en ziel en met relaties met anderen en met de gehele samenleving te maken. Die heelheid hangt niet af van het geloof van de individuele gelovige. (Vgl Markus 2: 15).

· De kerk distantieert zich van de opvatting dat iedere zieke genezen kan worden als hij maar gelooft. Daarmee wordt het uitblijven van genezing tot een schuld voor de zieke.

· De kerk realiseert zich dat de Schepper in een geweldig gevecht gewikkeld is met de machten der duisternis. Van een ongebroken verlossingstheologie kan geen sprake zijn. Johannes in de gevangenis hoort over de wonderen van Jezus, maar hij zit nog steeds gevangen. ‘Zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemt’, zegt Jezus in dit verband. Het koninkrijk is nabijgekomen, en hier en daar, soms, even, zijn daarvan tekenen zichtbaar.

Om deze redenen wil de kerk niet spreken van genezingsdiensten, wel van de dienst der genezing. De kerk heeft ook op dit vlak een taak, ze heeft een dienst te vervullen. Het is de bijbelse opdracht waarmee de betrokkenheid van God bij de hele mens zichtbaar wordt gemaakt. Natuurlijk staat de moderne medische en sociale zorg daar niet buiten. De ziekenzalving biedt echter een vorm om die betrokkenheid van God indachtig te maken.

In de vormgeving laten we ons bepalen door enkele belangrijke overwegingen. In de eerste plaats is het van belang dat er een gedeelte uit de Schrift gelezen wordt. Daarmee worden onze rituelen en handelingen ingekaderd, verbonden met een bron, met de bron, Jezus Christus. Juist in een tijd waarin allerlei vormen van healing populair zijn, is het van belang dit aspect te benadrukken. Als twee hetzelfde doen, is dat nog niet hetzelfde. Een ander element dat van belang is, is de aanroeping van de Heilige Geest. Het gaat niet om de kracht van de voorganger, het gaat niet om de kracht van het ritueel, het is geen magie, de bron van alle heil en heelheid is God zelf. Vandaar dit gebed om de Geest. Als laatste valt te wijzen op de handoplegging en de zalving. De handoplegging is het gebaar dat zichtbaar en voelbaar maakt hoe de kracht wordt overgedragen, de olie is het teken van de Geest. Zo wordt de zieke voor het aangezicht van God gesteld en gebracht in het krachtenveld van de heilige Geest.

Waar dat gebeurt, kan er van alles gebeuren, en dat wil zeggen dat er niet per definitie gebeurt wat wij zouden willen. Niet alle zieken worden genezen. Dat is moeilijk, en onverhoorde gebeden kunnen worden tot een struikelblok. Maar ook kunnen onze ogen geopend worden voor zaken die ten diepste nog belangrijker zijn dan onze wensen. Als Jezus tot de verlamde man zegt: ‘Uw zonden zijn u vergeven’, geeft hij hem veel meer dan zijn gezondheid. Zo is ook de ervaring van hen die betrokken zijn in de dienst der genezing. Er kan van alles gebeuren, maar wat er gebeurt, wordt niet door ons bepaald. Soms wordt iemand genezen of bevrijd. Andere mensen zien ondanks een uitzichtloze situatie onvermoede perspectieven opdoemen; weer anderen leren opnieuw nadenken over God, en wie hij voor ons is; er zijn er die ervaren hun ogen opengaan voor een heel ander gebrek; en er zijn er die zich in de diepte gedragen weten, die een vrede ervaren die alle verstand te boven gaat.

In onze gemeente gaan we voorzichtig om met de dienst der genezing. Zelf voel ik aarzeling bij een al te uitbundige vormgeving daarvan. Het gaat om tere zaken en het luistert nauw. Aan publiek heb ik zelf geen behoefte, ik ervaar dat vaak eerder als storend dan als stimulerend. Vandaar dat ik me tot nog toe altijd beperkt heb tot zegening en zalving in de kleine kring van het huisgezin. Wel is er na afloop van onze Taizévieringen ruimte voor voorbede en zegening, en al enkele jaren staat op de liturgie vermeld dat er ook ruimte is voor zalving.

Nu weet ik niet of het gebruik van deze rituelen beslissend is. Daarachter liggen theologische vragen die ik nu maar even terzijde laat. Wat voor mijn besef vooral van belang is, is dat wij als gemeente een biddende gemeente vormen, en dat wil voor mij zeggen: een gemeente die leeft in het besef dat de Heer de levende en de aanwezige is en daaruit ook consequenties trekt als het gaat om de zieken in haar midden.  ‘Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’ (Markus 2: 5). Bij het zien van hun geloof!