Zoeken

Auke van der Honing PDF Afdrukken E-mailadres

Per 1 januari a.s. zit zijn laatste ambtstermijn erop. Na meer dan 25 jaar is het mooi geweest: Auke van der Honing stopt ermee. De kerk van Amstelveen neemt afscheid van een bestuurder die in de woelige jaren van het Samen op Weg proces zijn gaven ter beschikking stelde zowel van de Adventkerk als, later, van de Handwegkerk.  Afgelopen april ontving hij een Koninklijke onderscheiding voor dit en ander vrijwilligerswerk.  Ds M.J. Aalders, die 12 jaar met hem samenwerkte, sprak met hem.

Voor iemand van 70 jaar ziet hij er jeugdig uit. Een niet al te grote, slanke man, met blauwe ogen, een moderne bril en een licht Fries accent. Een hardloper, al jarenlang, iedere week gemiddeld 20 kilometer, ook nadat hij vier jaar geleden een Bypass-operatie onderging. Een doorzetter dus, en dat op velerlei gebied. Hij begon zijn werkzame loopbaan ooit in de rijwiel- en kachelzaak van zijn helaas te vroeg overleden vader , hij beëindigde deze als hoofd personele organisatie van de Gemeente Amstelveen. Iemand ook met een schat aan ervaring met kerken en predikanten. Hij begon zijn loopbaan als ouderling in Amsterdam-West in de tijd dat dominee J.G. Marseille daar stond, maar verhuisde al spoedig naar Amstelveen. Goede herinneringen komen boven, aan Nora van Egmond, de eerste reguliere vrouwelijke predikant in de Gereformeerde Kerken in Nederland. ‘Een flinke vrouw die haar mannetje stond’, vertelt Van der Honing. ‘En na de moderamenvergadering kwam er een fles wijn op tafel.’  Hij werd vice-voorzitter. Vanaf die tijd dateert ook zijn ervaring met het Samen op Weg proces. De toenmalige predikant van de hervormde Paaskerk voelde er minder voor dan Van Egmond en het proces vond een vroegtijdige dood. Ook herinnert hij zich hoe Van Egmond de vrouwen in haar gemeente mobiliseerde.’Ze had een heel vrouwennetwerk’. Ik kom er niet helemaal achter wat hij daar van vond, maar zijn waardering voor Van Egmond is groot. Zo vertelt hij hoe ze zijn kinderen op de catechisatie wist te boeien, ook toen hij ze niet meer mee naar de kerk kreeg.

Na het vertrek van Van Egmond werd Van der Honing voorzitter en de voorzittershamer zou hij nooit meer uit handen geven. Een voorzitter met visie, dat is hij altijd geweest. Hij had geleerd dat een goed bestuurder moet anticiperen op de toekomst, zich moet voorbereiden op de onvermijdelijke veranderingen, deze voor moest zijn. Kortom, hij was en is een man van de organisatie-ontwikkeling, niet van de reorganisatie. Zijn bestuurlijke inzet valt met deze twee woorden te typeren, en daar zit ook wel wat teleurstelling. Hij heeft vaak moeten ervaren dat ook de kerk, net als elke organisatie , maar moeizaam tot anticiperend beleid komt. ‘Maar dan loop je achter de ontwikkelingen aan. Dan wordt het, als het kwaad al geschied is, reorganisatie.’ Samen op Weg en reductie van kerken en predikantsplaatsen achtte hij onvermijdelijk, maar niet altijd kreeg hij daarvoor gehoor in het kader van de door hem gewenste organisatie-ontwikkeling.

We spreken over hoogte- en dieptepunten, waarbij ik naar voren breng dat Van der Honing ondanks teleurstellingen de kerkeraad altijd weer wist te stimuleren het verleden achter zich te laten en naar de toekomst te kijken. Na Hoekert en Van Egmond kreeg hij te maken met De Liefde en Groenenberg, later, in de Handwegkerk, met Aalders/Van Thiel en Aalders/Van Nieuwpoort. Niet altijd was het eenvoudig.  ‘Is het SoW-proces door de predikanten gefrustreerd?’, vraag ik hem. Zover wil hij niet gaan, hoewel hij enkele malen getuige is geweest van dramatische explosies tussen predikanten. Een van de problemen is dat gereformeerde en hervormde predikanten binnen de eigen gemeente en kerkeraad zo’n verschillende plaats innemen. Een hervormde predikant kon afspraken die voor zijn tijd waren gemaakt zomaar terzijde schuiven, om maar een voorbeeld te noemen. Ook wijst hij erop dat er van begeleiding in dit proces nauwelijks sprake was. De landelijke kerk had genoeg aan zichzelf, de Algemene Kerkeraad stond erbij en keek er naar. Hij heeft in die periode sterk getwijfeld aan de meerwaarde van een algemene kerkeraad.

En daarmee raken we een tweede thema dat zijn kerkelijke loopbaan heeft vergezeld, de nieuwbouw in Amstelveen-Zuid. Al 40 jaar wordt daarover gesproken en de polders tussen Amstelveen/Aalsmeer/Uithoorn zijn ondertussen bijna alle volgebouwd zonder dat de kerk daar aanwezig is in de vorm van een gebouw. Zwartkijkers menen dat zo’n gebouw er nooit zal komen omdat de bestaande wijkgemeenten zo moeilijk over hun eigen grenzen heen kunnen kijken. Zo niet Van der Honing. Hij blijft erin geloven. ‘De kerk kan niet anders dan daar te zorgen voor ruimte.‘ Daarvoor is echter wel een bundeling van krachten nodig: één kerkeraad in Zuid, en twee gebouwen, de Paaskerk en de nieuw te bouwen kerk in Zuid. Aan de realisering van deze plannen heeft Van der Honing de laatste jaren zijn energie besteed. Bijzonder teleurstellend was het dat de AK tegen het advies van de commissie gemeenteopbouw (die deze plannen steunde) in heeft geprobeerd alle wijkkerken samen te brengen in één kerk voor heel Amstelveen. Dat heeft veel negatieve energie gekost, er is kostbare tijd verspeeld en het heeft weinig opgeleverd. Hij beoordeelt deze gang van zaken als een bestuurlijke misser.

Toch heeft hij zijn periode als ouderling als een rijke periode ervaren. Hij heeft er veel van geleerd, veel mooie ervaringen opgedaan. En die vreugde overheerst. Want op mijn vraag of hij van al dat bestuurlijk werk tegen de stroom in niet eens moe van werd, antwoordde hij met een verwijzing naar het vernieuwingsproces dat zich in de Handwegkerk afspeelde. Dat heeft hij als zeer stimulerend ervaren. Hoogtepunt was een bezinning van de kerkeraad op de vraag: Waar staan wij voor?, nu al weer vier jaar geleden. Een en ander leidde in 2006/2007 tot serie bijeenkomsten waaraan 150 gemeenteleden meededen.  Van der Honing heeft deze periode als hartverwarmend ervaren.

Binnenkort neemt hij afscheid. ‘Kun jij wel zonder voorzittershamer?’ vraag ik hem. De vorige keer dat hij afscheid nam, -nu tien jaar geleden - was hij binnen enkele maanden voorzitter van het Rode Kruis, om daarna weer naar de kerk terug te keren. ‘Het is mooi geweest’, merkt hij op. En dat is het. Hij laat een bloeiende gemeente achter, hetgeen wel blijkt uit het feit dat onlangs vijf nieuwe ambtsdragers zijn benoemd. Van der Honing is er best een beetje trots op, en wij gunnen hem dat van harte. In de beide gemeenten die hij gediend heeft, genoot hij een onbetwist gezag vanwege zijn bezonnenheid, wijsheid en vooral ook onkreukbaarheid. Van der Honing had nooit een dubbele agenda, hij was transparant en was  rechtvaardig en hij hield niet van gezeur. De kerk zal hem nog missen.

©MJAalders