Zoeken

Geloof en politiek in de VS PDF Afdrukken E-mailadres

Naar aanleiding van Peter Vermaas, In God we trust. Geloven in Amerika (Amsterdam 2008), 17.95 euro.

Af en toe wordt de krantenlezer geconfronteerd met artikelen over het kerkelijk leven in de Verenigde Staten. Dat geldt niet alleen de lezers van het dagblad Trouw of van de christelijke kranten, maar ook de lezer van bijvoorbeeld De Groene Amsterdammer. Een van de journalisten die zich op dit terrein begeven, is Peter Vermaas, die onlangs een aantal van zijn artikelen herschreef, bundelde en samenvoegde met een paar nieuwe artikelen tot een zeer leesbaar boek, In God we trust. In 9 hoofdstukken laat Vermaas de lezer kennismaken met de wondere wereld van het Amerikaans protestantisme. Daarbij vormen de nadere presidentsverkiezingen zijn invalshoek: hoe zit dat met geloof en politiek in Amerika?

Vermaas besteedt onder meer aandacht aan de mormonen. Hij gaat daarbij uitvoerig op de weerstand die zij in de VS ondervinden en, als reactie daarop, het voortdurend streven om geaccepteerd te worden als ‘nette en betrokken’ christenen. Die weerstand hangt samen met de geschiedenis van deze sekte,  die begon rond 1823 toen Joseph Smith op een goede dag  bezocht werd door de engel Moroni die hem wees op het boek van Mormon, geschreven op gouden platen. Nadat Smith deze hiëroglyfische teksten met behulp van goddelijke krachten had vertaald, verscheen het boek van Mormon in 1830 in druk. De beweging groeide snel en vestigde zich in de stad Nauvoo. Toen een oppositionele krant onthulde dat Joseph Smith, er meerdere vrouwen op na hield, werd het kantoor van de krant verwoest en ontving Smith een goddelijke boodschap dat polygamie voortaan legaal was. Smith riep de staat van beleg uit, mobiliseerde het leger om de buitenwereld op afstand te houden en werd daarom beticht van hoogverraad. Kortom, de mormonen vormden een staat in een staat. Voordat Smith berecht kon worden, werd hij 1844 door een woedende meute vermoord. Het is dit verleden dat de mormonen nog altijd achtervolgt. Een van de kandidaten, Mitt Romney, heeft de voorverkiezingen dan ook niet overleefd. Ook een beschaafde, aangepaste mormoon blijft een mormoon, en met mormonen weet je het maar nooit, zo vinden velen. Eigenlijk maak je alleen maar kans president van de VS te worden als je de evangelische gelovigen voor je weet te winnen.

Dat alles komt in het vervolg aan de orde. Een presidentskandidaat moet de goede ideeën hebben en van het goede houtje zijn. Dat houtje heeft in de loop der jaren een steeds evangelischer kleur gekregen. Je moet het bijvoorbeeld niet opnemen voor het homohuwelijk of voor homoseksualiteit in het algemeen, zoals blijkt uit het hoofdstuk over de religieus gekleurde homofobie. Wat in Nederland alleen in immigrantenkerken hardop wordt gezegd, behoort aan de overkant van de oceaan tot een van de kernartikelen van het christelijk geloof. Homoseksualiteit is een verslaving en een zonde, en je kunt ervan genezen worden. Ieder zichzelf respecterend kerkgenootschap heeft wel een therapeutische cursus in de aanbieding. Het is een zegen –mijn woorden- dat hoegenaamd alle officiële beroepsverengingen van psychologen, psychiaters e.d. iedere vorm van gay conversion verwerpen, mede omdat officieel onderzoek aantoont dat het succes van al die therapieën eigenlijk nihil is en veelal schade veroorzaakt. God bless America, hoop ik dan maar. 

Mormonen en homo’s maken voorlopig geen kans om president van de VS te worden. Een zwarte wel? Vermaas besteedt ook een hoofdstuk aan Barack Obama en zijn kerk. Wat me bij het lezen trof is de wijze waarop de witte pers enkele uitlatingen van de predikant van Obama en uit hun verband trok en hem als landverrader poogde neer te zetten, en de integere wijze waarop Vermaas de positie van Obama’s predikant en van Obama zelf tekent. Of Obama het zal winnen van McCain valt niet te voorspellen. Maar wel is duidelijk dat de republikeinen hier een probleem hebben. McCain spreekt nauwelijks over zijn geloof, is geen evangelical (kort gezegd: evangelisch gelovige a la EO) en heeft zich nog niet weten te verzekeren van de steun van de rechtse christenen in de VS. En daarmee kom ik tot het laatste hoofdstuk, Hoe Jezus Democraat werd.

Speelde de godsdienst tot 1970 nauwelijks een expliciete rol bij de verkiezingen –J.F.K. moest overigens wel uitleggen dat hij de grondwet meer zou gehoorzamen dan de Paus- vanaf die tijd begon de moral majority zich te organiseren: een conservatieve, christelijke politieke actiegroep De goddeloosheid van de jaren zestig diende een halt toegeroepen te worden en onder leiding van de televisiedominee Jerry Falwell begon een veroveringstocht richting Witte Huis. Niet iedereen besefte wat er stond te gebeuren. Want toen Jimmy Carter naar het oordeel van zijn pr-medewerkers zich wat al te veel over het geloof uitliet, werd hij daarvoor door hen gewaarschuwd. Het zou hem wel eens stemmen kunnen kosten. Maar steun verloor hij pas toen hij zich liet interviewen voor Playboy, het blad dat vooral vanwege de interviews wordt gekocht. Ook Bill Clinton sprak veel en graag over zijn geloof en wist vele evangelical stemmen te trekken. Pas na de Lewinsky-affaire namen de evangelicals afstand van hem. Toch waren veel partijbonzen en verkiezingsstrategen bij de Democraten aarzelend over de vermenging van geloof en politiek, reden waarom de laatste veertig jaar slechts twee Democraten president werden. Iemand die goed begreep dat je het zonder de steun van de televisiedominees niet zou redden, was Ronald Reagan. Zelf niet behorend tot de evangelicals wist hij zich desondanks van hun steun te verzekeren. In 96 procent van zijn toespraken kwam God ter sprake. Onder Bush Sr viel de moral majority terug, maar het in ‘moreel opzicht ontspoorde presidentschap’ van Clinton bracht alle neuzen weer in dezelfde richting. Bush jr., een born again christian (wedergeboren christen) zoals hij zelf zegt, legde  alle nadruk op de strijd tegen abortus, tegen gelijke rechten voor homo’s en tegen stamcelonderzoek. Onder zijn bewind, stelt Vermaas, ‘werd God de hoofdbewoner van het Witte Huis’. Hij meende dat zijn presidentskandidatuur was ingegeven door een ‘verzoek van God’. En ook zijn aanval op Afghanistan en Irak gebeurden op aanwijzing van God, aldus Vermaas. Christelijk rechts was dolblij met Bush, wekelijks was er overleg met de belangrijkste evangelische leiders en er werd met succes gelobbyd voor de benoeming van conservatieve rechters in het hooggerechtshof.

Ondertussen hebben de democraten opnieuw ontdekt hoe belangrijk het is om en public voor je geloof uit te komen. Met Barack Obama doen ze opnieuw een gooi naar de gunst van evangelische kiezer. Ze hebben van de geschiedenis geleerd. God blijkt niet alleen republikein te zijn, maar ook democraat.

Mij leverde dit boek vooral een kop vol zorgen op. Niet voor niets heb ik een titel uitgekozen die refereert aan een song van Bob Dylan,With God on our side. Met God aan onze kant, zo zingt hij, hebben wij mensen talloze oorlogen gevoerd. Het is een grote aanklacht tegen het gemak waarmee wij God in ons kamp inlijven. Datzelfde protest klonk in 1920, toen Karl Barth de tweede druk van zijn commentaar op de brief aan de Romeinen schreef. Eén groot protest tegen de wijze waarop de Europeanen God voor hun karretje hadden gespannen. Mijn zorg is dat we met de toenemende invloed van de evangelicals in de PKN vergeten wat de Geest ons in Karl Barth heeft geschonken. Te vaak zie ik mensen die in deze sfeer leven hun eigen ideeën, hun eigen gebrek aan theologie, hun eigen emoties ‘vergoddelijken’. Die kant moet het niet op, dunkt me.


©MJAalders