Zoeken

Een kerstboom in de kerk PDF Afdrukken E-mailadres

Met het naderen van het kerstfeest kleurt Nederland steeds groener. Van alle kanten worden we omgeven door het dennengroen. Ook veel kerken doen er aan mee. Maar kan dat wel, een kerstboom in de kerk? Is dat eigenlijk niet heidens?

Kerstboom in de kerk
Ik was nog maar enkele weken predikant, toen het eerste conflict zich aandiende. De kindernevendienst wilde graag een kerstboom in de kerk, maar de kerkenraad had dat tot dan toe altijd tegengehouden. Nu, met een jonge predikant in hun midden, wilden de leiders van de kindernevendienst nog eens een poging wagen. Een van de broeders kerkenraad was echter niet te vermurwen. Velen waren het met hem eens, zo beweerde hij. Om tijd te winnen, besloten we de beslissing uit te stellen en aan het begin van het volgend seizoen alle bezwaarden te horen. Op de bewuste avond verscheen alleen de verontruste broeder ouderling, die ruiterlijk erkende dat hij geen medestanders had gevonden die hem steunden. Hij was teleurgesteld in het geestelijk gehalte van zijn kerk. De kindernevendienst was blij. We besloten een kerstboom neer te zetten. Ondertussen bleef de vraag liggen, althans bij mij. Kan dat nu eigenlijk wel, zo’n boom in je kerk of in je huis?

 

Groene boom
Sommigen beweren dat de kerstboom met zijn lichtjes terug gaat op oude Germaanse gebruiken die samenhangen met het midwinterfeest. Daarbij hoorde een altijd groene boom in huis of op het erf. En het schijnt dat de kerk daarom eeuwenlang bezwaar maakte tegen dit bijgeloof. Maar toen wij in Nederland voor het eerst met de kerstboom te maken kregen, was de 19e eeuw al bijna op de helft en was dat in een christelijke context. Van bijgeloof was geen sprake meer, tenminste, niet bij de christelijke pleitbezorgers van de kerstboom. Dat andere pleitbezorgers andere goden dienden dan de Heer die God is, is spijtig, maar kan op zich de kerstboom niet worden aangerekend.

 

Evangelisatiemiddel
Het oudste bericht over een kerstboom is van de hand van de Zettense predikant ds O.G. Heldring, die beschrijft hoe hij in 1835 bij zijn plaatsgenoot baron van Lijnden kennismaakte met de zogenaamde Duitse kerstviering.  Deze viering vond plaats op de avond voor kerstmis. De kerstboom was verlicht en versierd met appels, noten, peren en andere versnaperingen. Voor ieder van de huisgenoten lag er onder de boom een geschenk. Een religieus gekleurde viering, bestemd voor de huiselijke kring. Hoe Van Lijnden er aan kwam? Hij was gelieerd met het hof, en hoogstwaarschijnlijk hebben we de kerstboom aan de Oranjes te danken. Deze immers hadden veel Duitse familie en kenden de Duitse kerstviering ‘van huis uit’. In ieder geval lijkt het erop dat deze viering vooreerst alleen plaatsvond bij families die op de een of andere manier met Duitsland gelieerd waren, en dan nog vooral de ‘betere’ families.

Heldring, die zelf een Duitse moeder had, was enthousiast en zag er een uitstekend evangelisatiemiddel in. Het kerstfeest kon, op Duitse wijze gevierd, de kinderen op effectieve wijze doen kennismaken met de godsdienst en ‘in kinderlijke eenvoudigheid reeds vroeg leren denken aan de groote weldaden die zij door de geboorte van de vorst des levens ontvingen’. Die gedachte vond een enthousiast onthaal bij zijn achterban. Deze achterban bestond  voor een belangrijk deel uit personen van aristocratische huize, betrokken bij allerlei charitatief werk (de zogenaamde Inwendige Zending). Tot dat charitatieve werk behoorde ook het zondagsschoolwerk. De eerste zondagsschool werd in 1837 opgericht. In 1880 waren er zo’n duizend zondagsscholen. Vooral in grotere steden, met een van de kerk vervreemde arbeidersmassa, was het een belangrijk instrument van evangelisatie. Tijdens de kerstvieringen werd alle nadruk gelegd op Jezus als de grote kindervriend. Het kerstfeest was voor de zondagsscholen het belangrijkste kerkelijke feest. Een feest dat bij uitstek geschikt was om de kinderen tot de Heiland te leiden. Daarbij schroomde men niet gebruik te maken van de kerstboom, die, met zijn lichtjes en een mooi kerstverhaal voor een indrukwekkende atmosfeer zorgde. Een cadeautje, al was het maar een sinaasappel, hoorde er ook bij. Met de groei van de zondagsscholen, groeide de verspreiding van de kerstboom en zijn cadeautjes.

 

Etalagetrekker
Ondertussen hadden ook anderen dan predikanten en zondagsschoolmeesters de grote waarde van de kerstboom ontdekt, namelijk de winkeliers. Een Amsterdamse banketbakker plaatste in 1850 als eerste een verlichte kerstboom in zijn etalage, de toeloop was enorm! Een ‘geïllumineerde kerstboom’! Er werd zelfs mee geadverteerd, zo bijzonder was het. En honderden, zo niet duizenden, kwamen er op af. Niet alleen kleine kinderen, maar ook volwassenen waren gefascineerd door de boom met zijn lichtjes. Dat ontging zijn collegae natuurlijk niet, en langzamerhand kwamen er steeds meer winkeliers die een kerstboom opstelden. Zo begon een proces dat voortgaat tot op de huidige dag.  Er is bijna geen winkel meer te vinden zonder kerstversiering. Helaas moet je de ouderwetse zondagsschool met een lantaarntje zoeken.

 

Heidense ballast
En om nu terug te keren tot mijn bezwaarde broeder ouderling, u voelt wel dat ik het eigenlijk niet zo met hem eens was. Wil de kerk gehoord worden, wil het evangelie verstaan worden, dan moet er wel een verstaanbare taal gesproken worden. En als kerk moet je de taal spreken van het land waarin je kerk bent, van de cultuur waarin je ademt. Dat spreekt haast vanzelf. Maar tegelijkertijd zijn daaraan allerlei gevaren verbonden. De vorm kan de inhoud overwoekeren, verstikken. Het medium zelf wordt de boodschap. Wie al te zeer de taal van zijn tijd spreekt, wordt doof voor het eigene van de taal van de Schrift. Ook dat is waar en mag niet vergeten worden. Voor beide redeneringen valt iets te zeggen. Heldring had gelijk, toen hij wees op de pedagogische kracht van de kerstboom. Maar is die kracht er nu nog? Zijn cadeautjes niet zo gewoon voor onze kinderen, dat ze hun verwijzend karakter verloren hebben?

 

Bijbelse boodschap
Ik heb me vaak verzet tegen de moderne kerstviering. Er tegen gewaarschuwd vanaf de kansel. De spot gedreven met de onzin van kerstboodschappen. Hoe ouder ik wordt, hoe meer ik het eens ben met mijn broeder ouderling. Veel van wat in onze cultuur kerst genoemd wordt, heeft daarmee niets te maken. Achter alle rijkdom schuilt de leegte, ondanks de gevulde winkelwagentjes. De stilte, ondanks alle gepraat…. De kunst is om ons als  kerk zo op te stellen dat de boodschap van het Kerstkind gehoord wordt. Ik vermoed dat de kerk zich en dat wij christenen ons daarbij nooit helemaal zullen kunnen onttrekken aan de cultuur waarin we leven. Dat een kerstboom met lichtjes ook ons fascineert; ook onze kerk, onze woonkamer warmte geeft en een sfeer van gezelligheid helpt scheppen. En daar is niets tegen. Mits het evangeliewoord maar klinke. En dat woord is geen verkleinwoordje: kribje, kindje, herdertjes, ezeltje. Dat is het onvoorstelbare, ongehoorde woord dat Hij die hemel en aarde geschapen heeft, mens is geworden, om ons de weg te banen, om ons de weg naar het leven te wijzen.

 

Dr. M.J. Aalders