Zoeken

Afscheid van Maarten PDF Afdrukken E-mailadres

 

Bij het afscheid van Maarten Aalders, gemeenteavond Handwegkerk, 23 maart 2007.

Ik zat bij Trijntje in de auto. Langs haar neus weg zei ze: ‘Maarten zegt wel eens dat hij bij mij in de auto zit te bidden’.‘Zo’, antwoordde ik zo neutraal mogelijk, want als Trijntje aan het vertellen is, dan kun je rustig luisteren. Maar als Trijntje langs haar neus weg iets zegt, dan vraagt dat op een andere wijze aandacht. ‘Zit jij ook wel eens bij mij in de auto te bidden?’ ‘Nee, Trijntje, ik niet’. ‘Kun je uitleggen waarom Maarten wel en jij niet?‘ ‘Ja, dat kan ik en dat zal ik doen. Ik geloof dat deze auto een hele grote beschermengel heeft, die prima werk doet. Daar hoef ik niet bij te gaan bidden. Maar een beschermengel is rooms en Maarten gelooft niet in die roomse flauwekul. Nou, dat is goed, dat mag hij zelf weten. Maar het betekent wel dat hij moet bidden. Nu kan dat geen kwaad, want het is goed voor Maarten om te bidden. En het is ook goed voor anderen. ‘Wat doet Maarten?’ ‘Maarten is aan het bidden’. ‘O, prima, dan hebben wij even rust’.  Als ’s avonds laat de telefoon ging, dan was het meestal Maarten. Als er een centrale vergadering was waar hij niet en ik wel naar toe moest of als we allebei moesten, maar hij die  vanwege een nog belangrijker activiteit helaas aan zich voorbij moest laten gaan, dan belde hij vaak twee keer. Eerst op een tijdstip dat hij er vrij zeker van kon zijn dat ik nog niet thuis was. Als ik dan thuiskwam en het antwoordapparaat afluisterde, dan klonk daar opgewekt en honingzoet: ‘He, nog niet thuis, dat wordt weer een latertje vanavond’. En dan er later gebeld werd, dan sprak hij zalvend:  ‘Zo, lekker vergaderd vanavond?’. En zonder het antwoord af te wachten, was de volgende vraag: ‘Ging het ergens over?’. Dat ging dan op een toon van ‘Het zal wel niet’.

 

Maar ook op andere avonden ging de telefoon wel eens. Soms om iets te regelen, heb jij daar nog iets over, kunnen we overmorgen even ..  u weet hoe dat gaat. Soms kwam van het een het ander en raakten we ergens over aan de praat. Dat kon over alles gaan, over de kerk in het algemeen, over de religie pagina van Trouw, waarvan we vonden dat die er niet beter op werd, over een enkele punt van een vergadering die we hadden bijgewoond. Over U. Want alhoewel Maarten ook op het punt van gedeeld pastoraat strenger in de leer is dan ik, weet ook hij dat je soms in de beschutting van het ambts- of beroeps- geheim tegen elkaar aan moet praten om verder te komen in het zoeken naar een goede weg om met mensen te gaan.

Het gekke was dat we het in de loop van de tijd over controversiële zaken nogal eens werden op totaal verschillende gronden en tot eenzelfde conclusie kwamen langs volstrekt verschillende wegen. Over sommige dingen spraken we nooit, stilzwijgend wisten we dat de opvattingen daarover te ver uiteen lagen. Dat laat onverlet dat we het in de loop van de tijd vaker met elkaar eens waren dan in het begin en dat leidde soms tot enige overmoed.

Het gebeurde nog wel eens dat we telefonisch tot de conclusie kwamen dat het het beste zou zijn als wij samen de macht zouden overnemen. Zoals niet direct in heel de kerk, dan toch om te beginnen in de prot. gemeente van Amstelveen–Bvt. Nu moet ik u verklappen dat één van ons beiden van zichzelf al wat eigenwijs is uitgevallen. Nee, ik zeg niet wie. Daar maakt ons onvolprezen CET wel een keer een leuke quiz van. Toch was er, alle eigenwijsheid ten spijt, iets in ons dat ons deed vermoeden dat onze opvatting over een machtsovername niet direct op algehele instemming zou kunnen rekenen. En na een nachtje slapen zagen we er dan ook maar weer af. U weet niet wat u gemist heeft, of misschien ook wel.

In één van zijn  mooie columns in Trouw schrijft Jean-Jacques Suurmond over de dominee die voorbijgaat. De stelling van Suurmond is dat de dominee die voorbijgaat mensen herinnert aan hun vergankelijkheid. Dat dat zelfs één van zijn voornaamste gaven is. Wij weten dat onsterfelijkheidstheorieën onuitroeibaar zijn en ook al is er een omslag in het omgaan met het ritueel van begrafenis of crematie, toch is de ontkenning van de dood niet verdwenen. Dan is het goed als er voorgangers zijn die de vergankelijkheid van het leven onbevreesd aan de orde stellen. Jij hebt dat gedaan. Het hoort bij jou om bij de viering op zondagmorgen  te laten horen dat wij broze en kwetsbare mensen zijn.

Het hoort bij jou, zeg ik, maar het zijn woorden die jou ook zijn aangereikt uit de traditie waarin wij staan. En ook al is er historisch gesproken in die traditie veel mis gegaan, het is ook een bron van een schitterende pracht aan verhalen. En elke voorganger kiest daar eigen edelsteentjes uit en houdt die telkens weer voor aan de gemeente en zichzelf.

Voor jou was dat o.a. het gegeven dat wij met al onze grote verhalen, liederen en gebeden niet minder, maar ook niet meer zijn dan broze en kwetsbare mensen. En het is goed als er plaatsen zijn waar mensen daar aan herinnerd worden. Maar het komt het er dan wel op aan hoe dat gebeurt. Een dominee die alleen de vergankelijkheid van dit bestaan te verkondigen heeft, daar wordt de gemeente niet beter van. Het is dan ook één kant van jouw predikant zijn, niet de enige.

 

Als voorbijgaande dominee sta jij voor de vergankelijkheid en jij verkondigde dat wij in onze kwetsbaarheid en broosheid, in onze beperkingen en onmacht, in onze schuld, gekend en bemind zijn door de God van Israël, de Vader van Jezus. Dat er ogen zijn die ons zoeken, dat er handen zijn waarin namen staan gegrift, dat er een hart is vol ontferming, dat er een mens is die heel de weg van gehoorzaamheid is gegaan en dat zijn Geest ons wil bezielen tot op vandaag.

 

Dat er een Woord is dat ons aanspreekt en vrijspreekt, een Woord van trouw van Een die Schepper en Bevrijder wordt genoemd. Die ons gevonden heeft voor wij Hem zoeken. Die ons doet weten dat wij niet voorgoed zijn overgeleverd aan duisternis en chaos, aan noodlot en blind toeval. Je  hebt de vergankelijkheid gerepresenteerd en draagt die diep in je mee, maar je hart lag allereerst bij de verkondiging van de God die als een belofte van zegen staat over ons leven zoals dat is en zoals dat worden gaat. Die belofte geven wij nu mee aan jou en aan Marjanne, ga een goede tijd tegemoet, ga een zinvolle tijd tegemoet, ga een vreugdevolle tijd tegemoet,

 

Over jullie leven zoals dat is en zoals dat worden gaat  … zegen van Ik-zal-er-zijn. Het ga jullie goed.