Zoeken

Roeping en beroep PDF Afdrukken E-mailadres

En hoe zit dat dan met je roeping?’, zo werd me belangstellend gevraagd toen ik vertelde dat ik met vervroegd emeritaat ging. Je moet roeping hebben om predikant te worden, dat hoef je mij niet te vertellen. Maar als een predikant met emeritaat gaat, is het dan afgelopen met die roeping? Ik had er niet over nagedacht. Want roeping en beroep hangen wel met elkaar samen, maar gaan niet in elkaar op. Mijn roeping heb ik bijna 25 jaar lang vervuld binnen het predikantschap, maar die roeping was er al voordat ik predikant werd en die roeping is er ook nu, nu ik met emeritaat ben. Ik ben geen ander mens dan voor mijn emeritering, ik zoek de vervulling van mijn bestaan niet ergens anders dan daar. Ik heb echter te weinig energie en spankracht omdat beroepsmatig te doen binnen het kader van een predikantschap in de PKN. Maar dat is toch niet het enige kader waarbinnen een mens zijn roeping gestalte kan geven?

Dat ik deze roeping mocht vervullen als predikant, heb ik overigens steeds beleefd als een voorrecht. Vrijgesteld voor dienst van de Heer! Tijd en ruimte om de Schriften te bestuderen, om de vruchten daarvan te delen, om in die tijd en in die ruimte namens die Heer met andere mensen op te trekken! Vele bijzondere ervaringen zullen met me mee gaan, een onbekende toekomst tegemoet. Maar ook het feit dat ik nu met emeritaat kan, voelt als een voorrecht. Verstaat u me niet verkeerd. Graag had ik gezien dat het anders was gelopen. Maar gegeven de omstandigheden, is het een voorrecht dat er een emeritaatsfonds is waarop nu een beroep kan worden gedaan.

Een van de  goede ervaringen in deze gemeente was de kennismaking met gekwalificeerde musici, zowel beroepsmusici als amateur-musici. De situatie die ik hier aantrof was op dit punt geheel verschillend van de situatie zoals ik die in Woubrugge had meegemaakt. Ik heb v veel geleerd van de cantorij onder leiding van Robert de Graaff. Hoe bijzonder was het om te ervaren dat de zielsverwantschap tussen ons beiden vaak leidde tot een wonderlijk harmonieuze afstemming tussen verkondiging en zang. Hoe heeft de Heer ons gezegend! Datzelfde mag ik ook zeggen over de samenwerking met het koor Alegría, dat al 15 jaar onder directie staat van Nico Ph. Hovius: een gezegende samenwerking. Opnieuw geldt: wat heb ik veel geleerd van Nico, van de samenwerking met dit koor! Wat een prachtige projecten zijn er voortgevloeid uit de samenwerking tussen Nico en Gert Jan Slump. En wat was het altijd een uitdaging om een en ander vorm te geven binnen de eredienst. En nu we het toch over de muziek hebben, wil ik ook Hans Bajema niet vergeten. 12 jaar heb ik met hem samengewerkt, hebben we plannen gemaakt,  gesproken over Bach, sopranen en tenoren ingeschakeld in de diensten. En als het moest was Hans ook niet te beroerd om uit de bundel van Johannes de Heer te spelen. Robert, Nico en Hans, heel verschillend, maar met allen heb ik dankbaar samengewerkt. Inderdaad, als er één ding anders was dan in mijn eerste gemeente, dan was het wel de muziek. Ik heb dat als een verrijking ervaren.

Een grote vreugde was voor mij de samenwerking en het contact met de jonge leden van onze gemeente. Toen ik hier in 1990 begon, was Middenhoven volgebouwd en startte de bouw van Westwijk. Het bleek al spoedig dat velen de weg naar de Handwegkerk begonnen te vinden. De kindernevendienst kwam weer tot bloei, er kwam een crèche, er waren meer dopen dan begrafenissen, etc. Het was, zo schrijft de gerenommeerde historicus dr. G.C . van Leeuwen in zijn boek over de Handwegkerk, alsof de gemeente een verjongingskuur onderging. We hebben vaak intensief samengewerkt, de kindernevendienst en ik. We hebben veel plezier gehad, de kinderen en ik. Er waren kinderprojecten, er kwam een kinderkoor, er waren musicals, er waren kinderkerstfeesten. Dat alles was natuurlijk nooit gelukt zonder de inzet en de talenten van talloos velen die zich bij onze gemeente betrokken weten. Een zelfde voorspoed als in het jeugdwerk hebben we ook op andere terreinen mogen ervaren. We hebben als gemeente een bloeiende periode beleefd, en het was een voorrecht en een vreugde om daaraan deel te hebben. In sombere uren tel ik dan ook mijn zegeningen.

Er waren ook moeilijke momenten. Niet alleen bruiste het van het jonge leven, er stierven ook mensen, en niet alleen maar ouderen. En juist als een jong mens sterft, ontbreken vaak de goede woorden. Dat waren voor mij moeilijke momenten. Zo was ik ooit op een zaterdagmiddag in het VU-ziekenhuis om de vrouw van Henk Bookholt op te zoeken. Geen gemeentelid, maar wel een schoondochter van een gemeentelid, een schoonzus van twee andere gemeenteleden. Een waas van de naderende dood lag op haar gezicht. Ze was te jong, deze moeder van twee kinderen die nog aan de puberteit moesten beginnen. Dit sterven kon niet. Maar het kwam, onvermijdelijk, zo wist ik. Onverbiddelijk. Verslagen reed ik van het AZVU regelrecht naar de familie Slump, twee jonge mensen aan wie een dochter was toevertrouwd. Ik had de dood gezien, ik wilde nu ook het leven voelen, het nieuwe leven. Ik nam Marije op mijn schoot, ze was nog geen familie van me. Hoogte en diepte, leven en dood, het was alles samengeperst in een enkel uurtje. Zo waren er meer intensieve momenten. Wie zal het kerstfeest vergeten, waarop we moesten meedelen dat Martin van Leeuwen was overleden? Ik sta voor U in leegte en gemis, zongen we. Wie zal de zware gang vergeten die gemaakt moest worden toen Sam van Mer stierf?

 

Om op een andere manier tot de kern van de zaak door te dringen, ben ik in de loop der jaren meer nadruk gaan leggen op de spiritualiteit, op de christelijke vroomheid. Gereformeerden hebben de naam doenerig te zijn, en nogal gericht op discussie, en in dat oordeel schuilt een kern van waarheid. Maar toch niet meer dan een kern. Dat bleek wel toen we zes jaar geleden begonnen met een maandelijkse Taizéviering. Samen met Robert de Graaff, Vincent Dorenbos en anderen hebben we deze diensten met hart en ziel vormgegeven. Als ik iets nooit had willen missen, dan zijn het wel deze diensten geweest. De christelijke vroomheid kreeg ook expliciet gestalte toen Riette Beurmanjer werd aangetrokken. Met cursussen over christelijke meditatie en meditatief Bijbellezen heeft ze velen aan zich verplicht. Wel heb ik ervoor gewaakt dat het bij christelijke vroomheid bleef, spiritualiteit die verbonden is met en gericht is op Jezus Christus zoals hij ons door profeten en apostelen wordt verkondigd. Voor allerlei modern heidendom of herlevende ketterijen heb ik de kerk willen bewaren. Wie ergens voor staat, is ook ergens tegen. Wie de weg van Jezus Christus wil aanprijst, wijst daarmee impliciet ook andere wegen af. Dat niet iedereen me dat in dank heeft afgenomen, spreekt eigenlijk vanzelf.  

Over het algemeen is de tijd in de wijkgemeente een goede tijd geweest, met vele hoogtepunten, met veel liefde en inzet, met veel betrokkenheid. Maar het is nergens volmaakt, ook niet hier in de Handwegkerk. Er zijn twee perioden geweest, die ik als een dieptepunt heb beschouwd. Ik wil er alleen dit van zeggen: praat met elkaar, en niet over elkaar. Wil de gemeente gezond blijven, wil deze gemeente gezond blijven, dan is dit een van de basisvoorwaarden: met elkaar praten, en niet over elkaar. Van aangezicht tot aangezicht.

Ik heb ook veel te maken gehad met de centrale organen, het College van Kerkrentmeesters en de Algemene Kerkenraad. Deze organen hebben een  zware taak gehad met mij in hun nabijheid. Maar niet alleen daardoor. De Protestantse Gemeente Amstelveen is namelijk een gemeente die  al jaren slecht boert en bovendien betrokken was bij een langdurig fusieproces. Dat moest wel problemen geven. Het was op dit vlak dat roeping en beroep voor mij met elkaar op gespannen voet kwamen te staan. Mij ontbreekt immers de gave der diplomatie. Hoewel ik weet dat dit een lastig gebrek is, ben ik er altijd dankbaar voor geweest. Niemand behoefde zich af te vragen wat ik werkelijk van iets vond. Ik ben niet gewend van mijn hart een moordkuil te maken, en ik heb  het niet achter mijn ellebogen. Vaak heb ik het gevoel gehad dat ik een klokkenluider was. Niet omdat ik dat wilde zijn, maar omdat ik niet anders kon. Er zijn nu eenmaal dingen die kunnen, en er zijn dingen die niet kunnen.  Overigens, ook klokkenluiders maken fouten. Het is zoals een van de bestuurders me eens voorhield: ‘Je hebt niet altijd gelijk’. Zo is het. Ik schoot wel eens door, ik heb fouten gemaakt, dingen gezegd waarop ik moest terugkomen. Maar toen in 2003 een extern rapport concludeerde dat er nogal wat mis was in kerkelijk Amstelveen mocht ik dat volgens onze beheersouderling in mijn zak steken als een vorm van erkenning. Dat heb ik dan ook maar gedaan. Wie ben ik om onze Leon de Vries tegen te spreken? Veel heb ik me er daarna niet meer mee bezig gehouden, met de centrale organen. Anderen onder ons hadden wel de gave der diplomatie en waren beter toegerust om over nieuwbouw en formatie te onderhandelen dan ik.  


Nu komt aan deze tijd een einde. Een bijzonder markeringspunt dringt zich op, enkele weken voordat ik vernam dat ik definitief afgekeurd zou worden. Henk de Koning had om ziekenzalving gevraagd. Hij had daarover gehoord van een vriend en hij wist van mijn betrokkenheid bij de charismatische beweging. We spraken erover en ik besloot een en ander niet te lang uit te stellen. Ik wist dat Henk niet lang meer zou leven. Ook besloot ik om Renger erbij te betrekken, vooral omdat ik aanvoelde komen dat ik het als predikant ‘niet lang meer zou maken’. Henk en Tine waren bovendien op Renger gesteld. Zo hebben wij met de familie De Koning een bijzonder uur beleefd. Een heilig moment, dat zich niet met woorden beschrijven laat. Het was voor mij alsof alles bij elkaar kwam: naderend afscheid, samenwerking, vroomheid, verkondiging, zalving en zegening. Hoogtepunt en moment van afscheid beide.

Of dit het einde is? Nee. Dat zeker niet. We zullen ons leven moeten aanpassen, Marjanne en ik. We zullen de goede momenten moeten uitbuiten, de kwade moeten verdragen. Ik zal er aan moeten wennen dat ik geen grootste projecten meer kan opzetten. Geen nieuwbouwplannen meer, geen beleidsplannen meer, geen streven naar een charismatische gemeente, vier boeken zijn verschenen. Veel meer mag ik niet verwachten, moet ik me in ieder geval niet in mijn hoofd halen. Ik verheug me op een nieuw sociaal leven, samen met Marjanne, op het zeilen, het fietsen en het wandelen. Ik volg de exegesekring met de Amstelveense collegae en lees met diepe vreugde het evangelie van Lukas. Ik verheug me erop, dat mij de rust en de ruimte wordt gegund, alles wat achter me ligt te overdenken en te verwerken. En waar de weg dan heen leidt, God mag het weten. Eén ding weet ik zeker: een taak is er altijd, voor ieder mens. Als scholier begon ik mijn loopbaan in de kerk als ‘hulpje’ van de koster, ik werd collectant, stond op de markt met evangelisatiemateriaal, volgde en leidde Bijbelkringen. In mijn studietijd onderhield ik samen met anderen het contact tussen de kerk en de tempel van de Hara Krishnas, die geleid werd door de zoon van een bekende Amsterdamse predikant. Zo zal er voor mij, na een periode van afstand nemen, ook nu een taak zijn. Ik was, zo weten sommigen, nauw betrokken bij de ziekenzalving van Gerda Ringoir. Zo zullen er meer zaken op mijn weg komen.

U allen wil ik danken voor het vertrouwen dat velen van u mij in de loop der jaren hebben geschonken. Voor het vele medeleven in het afgelopen jaar. Ik hoop dat de plannen voor deze gemeente binnen afzienbare tijd verwezenlijkt zullen worden. Een vaste, eigen locatie te midden van de nieuwbouw, een goede, sterke predikant, die U als gemeente de weg wijst naar het hart van het evangelie, de barmhartigheid en de majesteit Gods.

Gode bevolen,

M.J.Aalders